| Centraal-Aziatische opstand van 1916 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Onderdeel van de Eerste Wereldoorlog | ||||
Kirgiziërs die vluchten naar China na de nederlaag van de opstand. | ||||
| Datum | 16 juli 1916 – maart 1917 (volgens de Gregoriaanse kalender). | |||
| Locatie | Voornamelijk in het Vallei van Fergana en Jetisu. | |||
| Resultaat | Russische overwinning | |||
| Strijdende partijen | ||||
| ||||
De Centraal-Aziatische opstand van 1916 was een opstand tegen het Russische Keizerrijk door de inheemse bewoners van Russisch Turkestan. De aanleiding voor de opstand was de invoering van de dienstplicht voor de inheemse bevolking voor de Eerste Wereldoorlog. Het dodental van Kirgiezen, Kazachen en andere inheemse Aziatische volkeren door het neerslaan van de opstand door Russische troepen wordt geschat op 100.000 tot 270.000 doden. De doden onder de Centraal-Aziatische volkeren waren het gevolg van geweld door het Russische leger, ziekte en hongersnood. In Kirgizië staan de gebeurtenissen bekend als Urkun (Kirgizisch voor “Uittocht” of “Exodus”) omdat de harde repressie van de Russen leidde tot een grote uittocht van Kirgiezen naar onder andere China.
De Centraal-Aziatische opstand van 1916 heeft mede geleid tot het ontstaan van de Basmatsjiopstand. De Centraal-Aziatische opstand van 1916 was voornamelijk beperkt tot de Vallei van Fergana en het Zevenstromenland en werd als geëindigd beschouwd in februari 1917. De Basmatsjiopstand beslaat een grotere periode en vond plaats in een groter gebied. De twee opstanden overlappen elkaar deels in de tijd.
De Russische verovering van Centraal-Azië gebeurde in de laatste helft van de negentiende eeuw. Mensen uit Europees Rusland en Oekraïne werden door de Russische overheid gestimuleerd om naar Centraal-Azië te trekken. Deze kolonisten kregen grond toegewezen door de tsaristische autoriteiten. Dit proces werd voortgezet in de 20e eeuw. Bijvoorbeeld 500.000 boerenhuishoudens vertrokken naar Centraal-Azië in de periode 1906–1912 als gevolg van de Stolypin-hervormingen. De inheemse bevolking was ontevreden over deze instroom.
Keizer Nicolaas II van Rusland ondertekende een bevel tot militaire mobilisatie van de islamitische bevolking van Russisch Turkestan tijdens de Eerste Wereldoorlog. De inheemse bevolking van Turkestan was zeer ontevreden over het sturen van mannen in de leeftijd van 19 tot 43 naar het verre Europese en Ottomaanse front. Daarnaast bestond er al langdurige ontevredenheid over de distributie van land aan Europese kolonisten ten koste van de inheemse bevolking.
Verschillende Russische nederzettingen in Centraal-Azië werden aangevallen door de inheemse bevolking. Hierbij kwamen enkele duizenden mensen om het leven. Er werden soldaten van het Oostfront weggehaald door de Russische overheid om de opstand neer te slaan. In januari 1917 was de opstand grotendeels onderdrukt. De tsaristische troepen begonnen een grootschalige campagne van massamoorden, vernietiging van dorpen en verdrijving van Kirgiezen, Kazachen en andere inheemse volkeren, waaraan ook Russische burgers en Kozakken aan meededen. Tienduizenden Kirgiezen en Kazachen vluchtten naar China, waarbij duizenden stierven tijdens de tocht door de bergen.
Naar schatting vielen er 2.325 dodelijke slachtoffers onder de etnische Russen, Oekraïners en Kozakken door geweld van de opstandelingen.
Volgens historicus Edward Sokol waren er 270.000 sterfgevallen onder de Kazachen, Kirgiezen, Tadzjieken, Turkmenen en Oezbeken door geweld, ziekten en voedseltekorten, waarbij nog tienduizenden mensen stierven tijdens de tocht naar China. Kirgizische bronnen geven een dodental tussen 100.000 en 270.000 Turkestanen. De acties van de tsaristische troepen worden door sommige mensen bestempeld als een genocide. Bijvoorbeeld een publieke commissie in Kirgizië noemde het een genocide in 2016. In de periode dat Kirgizië en Kazachstan onderdeel waren van de Sovjet-Unie werd er geen onderzoek verricht, les gegeven, herdenkingen gehouden en monumenten opgericht omtrent het conflict.
Bronnen
Referenties