Heelblaadjes-rusroest

Heelblaadjes-rusroest
Heelblaadjes-rusroest op Juncus subnodulosus
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota
Klasse:Pucciniomycetes
Orde:Pucciniales
Familie:Pucciniaceae
Geslacht:Uromyces
Soort
Uromyces junci
Tul. (1854)
Synoniemen

Puccinia junci Desm.

Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De heelblaadjes-rusroest (Uromyces junci) is een roestschimmel uit de familie Pucciniaceae. Het is een biotrofe parasiet met een levenscyclus waarin verschillende waardplanten worden gebruikt. Spermogonia en aecia worden gevormd op planten uit de composietenfamilie, terwijl uredinia en telia voorkomen op soorten van het geslacht rus (Juncus).

Taxonomie

De soort werd in 1854 beschreven door Louis René Tulasne. De naam Uromyces junci geldt volgens Index Fungorum en Species Fungorum als de geaccepteerde naam. De naam verving Puccinia junci Desm. uit 1825.

Levenscyclus en waardplanten

Heelblaadjes-rusroest is heteroecisch: verschillende stadia van de levenscyclus ontwikkelen zich op verschillende waardplanten. De spermogonia en aecia komen voor op heelblaadjes (Pulicaria dysenterica) en zijn ook gemeld van Buphthalmum salicifolium. Op heelblaadjes worden de aecia vooral aan de onderzijde van het blad gevormd. De aantasting veroorzaakt vlekken in het levende blad.

De uredinia en telia worden gevormd op levende planten van het geslacht Juncus. Als waardplanten zijn onder meer zomprus (Juncus articulatus), pitrus (Juncus effusus), zeegroene rus (Juncus inflexus) en paddenrus (Juncus subnodulosus) bekend. De uredinia en telia kunnen aan beide zijden van de bladeren of stengels van de rus voorkomen.

Kenmerken

Uredinia

De uredinia verschijnen als geelbruine tot bruine sporenhoopjes. Ze kunnen afzonderlijk staan of samenvloeien. De urediniosporen zijn goudbruin, fijn stekelig en meten 20–28 × 16–22 µm. Een belangrijk determinatiekenmerk is dat de urediniosporen twee ongeveer in het midden gelegen kiemporiën hebben.

Telia

De telia zijn donkerbruin en worden rondachtig tot langwerpig. De teliosporen zijn eencellig, zoals kenmerkend is voor veel soorten van het geslacht Uromyces. Ze zijn donkerbruin en gladwandig en meten ongeveer 25–40 × 12–18 µm. De top van de sporewand is verdikt en de sporen staan op een steel. De combinatie van eencellige teliosporen en urediniosporen met twee equatoriaal gelegen kiemporiën is bij exemplaren op Juncus een belangrijk kenmerk voor de determinatie.

Aecia

De aecia worden op de alternatieve waardplant gevormd. Op heelblaadjes staan ze voornamelijk aan de onderzijde van het blad. Ze zijn komvormig, met een witachtige rand, en bevatten geelachtige tot lichtoranje aeciosporen.

Verspreiding

Uromyces junci heeft een ruime verspreiding en is onder andere bekend uit verschillende delen van Europa, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Japan en Nieuw-Zeeland. In Nieuw-Zeeland wordt de soort als inheems maar niet endemisch beschouwd.

In Nederland wordt de heelblaadjes-rusroest als 'zeldzaam' aangeduid. Deze zeldzaamheidsklasse is in de NDFF Verspreidingsatlas gebaseerd op gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023. Voor een zekere determinatie wordt microscopische controle noodzakelijk geacht. De spermogonia en aecia op heelblaadjes en Buphthalmum salicifolium zijn vooralsnog niet uit Nederland bekend; Nederlandse vondsten betreffen de uredinia- en telia-stadia op Juncus.