| Utetheisa | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Utetheisa spec. | ||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||||
| Utetheisa Hübner, 1819 | ||||||||||||||||||
| Typesoort | ||||||||||||||||||
| Phalaena ornatrix Linnaeus, 1758 | ||||||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Utetheisa is een geslacht van vlinders uit de familie van de spinneruilen (Erebidae) en de onderfamilie van de beervlinders (Arctiinae). Dit geslacht is onderverdeeld in vier ondergeslachten. Soorten uit de ondergeslachten Atasca, Pitasila en Raanya komen voornamelijk in het Oriëntaals en Australaziatisch gebied voor. Deze soorten waren voorheen ondergebracht in het geslacht Nyctemera die voornamelijk donkerbruin-wit-patronen op de vleugels hebben. De meeste soorten van het ondergeslacht Utetheisa hebben witte vleugels, vaak met rood-zwart-patronen.
Soorten van dit geslacht gebruiken Pyrrolizidine-alkaloïden om zich te verdedigen tegen predatoren. Ze krijgen deze stoffen binnen door het eten van de waardplanten (Boraginaceae). De alkaloïden maakt hun onsmakelijk voor predatoren. Mannetjes verwerken deze alkaloïden ook in hun feromonen. Deze feromonen spelen een rol tijdens het baltsgedrag.