| Huis Caloen | ||
|---|---|---|
| Wapenspreuk | Virtus impavida | |
| Verheffing | 1648 | |
| Land | ||
| Titels |
Baron (van Caloen en eerstgeborene van Caloen de Basseghem), Pauselijke Graaf (eerstgeborene van Caloen) en Jonkheer (van Caloen de Basseghem) | |


Het geslacht Van Caloen is een Belgische adellijke familie, afkomstig uit de streek van Doornik en vanaf de achttiende eeuw vooral gevestigd in Brugge en het Brugse Vrije.
Calonne-sur-l'Escaut, Caloen in het Nederlands, is een klein dorpje in de streek van Doornik dat nu deel uitmaakt van de gemeente Antoing. Het dorpje dankt zijn rijkdom aan zijn steengroeven. In die tijd werden de stenen op binnenschepen via de Schelde vervoerd. De rekeningen van de Sint-Baafskathedraal te Gent vermelden regelmatig aankopen van stenen van Caloen. In de veertiende eeuw volgden twee leden van de Calonne-familie de route van de stenen en vernederlandsten hun naam van 'de Calonne' naar 'van Caloen'. De ene werd grootbaljuw van de stad Gent, de andere stichtte een familie van wie de nakomelingen wortel schieten in verschillende delen van het Brugse Vrije.
Terwijl hun neven 'de Calonne' militaire functies in het Franse leger betraden of abt werden in Spanje, werden de Van Caloens in Vlaanderen vooral grondbezitters en grondbeheerders. De Franse tak 'de Calonne' is tot vandaag geëvolueerd naar de graven 'de Calonne d'Avesnes'.
Een eerste lid van het geslacht verkreeg de titel van ridder in 1648. Leden van het geslacht bekleedden belangrijke functies (onder meer burgemeester) in de stad Brugge en het Brugse Vrije. Onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden verkregen de meeste familietakken erkenning in de adelstand.
Een eerste baronstitel, overdraagbaar bij mannelijke eerstgeboorte, werd aan de oudste familietak verleend in 1839, voortaan Van Caloen de Basseghem genoemd. De andere leden van de familie Van Caloen de Basseghem behielden de titel jonkheer of jonkvrouw.
Bekendheid verwierf de familie met Charles van Caloen (1815-1896), senator, burgemeester van Loppem, en bouwheer van het Kasteel van Loppem. Hij werd baron in 1857, titel die in 1878 werd uitgebreid tot al zijn naamdragenden (van Caloen), mannelijke en vrouwelijke afstammelingen.