Verdachte

Een verdachte is volgens de wet iemand tegen wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit blijkt. Het woord "redelijk" betekent dat het vermoeden beargumenteerd moet kunnen worden met relevante argumenten die voor een gemiddeld en weldenkend persoon aanvaardbaar zijn.

Wanneer er sprake is van vervolging, wordt ook degene tegen wie de vervolging is gericht als verdachte aangemerkt.

Verdachten hebben zowel rechten als plichten. Het verdachtebegrip heeft een instrumentele functie: wanneer iemand als verdachte wordt aangemerkt, kunnen opsporingsambtenaren bepaalde bevoegdheden tegen hem inzetten. Hierbij kan gedacht worden aan dwangmiddelen: verdachte kan o.a. worden aangehouden, verhoord en in hechtenis genomen, naargelang de omstandigheden. Het verdachtebegrip heeft ook een rechtsbeschermende functie. Als iemand als verdachte wordt aangemerkt, worden aan deze persoon ook bepaalde rechten toegekend. In onder andere het Wetboek van Strafvordering en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, zijn deze rechten vastgelegd: het zwijgrecht, het recht op een eerlijk proces, binnen een redelijke termijn, enz.

De verdachte in het Nederlandse strafrecht

Het Wetboek van Strafvordering (Sv) formuleert als volgt:

Artikel 27
Lid 1: Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Lid 2: Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wie de vervolging is gericht.

Het materiële verdachtebegrip (lid 1)

In artikel 27 lid 1 Wetboek van Strafvordering is vastgelegd dat iemand verdachte is bij een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Dit redelijk vermoeden van schuld moet objectiveerbaar, individualiseerbaar en concretiseerbaar zijn. Omdat iemand wordt aangemerkt als verdachte op grond van inhoudelijke criteria, spreekt men van het materiële verdachtebegrip.

a. objectiveerbaar

Het vermoeden van schuld moet gegrond zijn op objectieve feiten en omstandigheden. Onderbuikgevoelens, intuïtie of vermoedens zijn onvoldoende. Voorbeelden van objectieve feiten en omstandigheden kunnen zijn: er zijn camerabeelden uit een supermarkt waarop te zien is dat iemand diefstal pleegt; een getuige vertelt dat de dader een rode jas droeg.

b. individualiseerbaar

Het vermoeden van schuld moet zijn gericht op een specifiek persoon. Uit de feiten en omstandigheden moet er een bepaald beeld van een mogelijke dader ontstaan, waaraan de verdachte moet voldoen. Als het beeld van een mogelijke dader te algemeen is (bijvoorbeeld: dader draagt een zwarte trui), zijn er (nog) niet voldoende feiten en omstandigheden om een specifiek persoon als verdachte aan te wijzen.

c. concretiseerbaar

Het vermoeden van schuld moet zijn gericht op een concreet strafbaar feit. Niemand is in zijn algemeenheid verdacht. Vaak vloeit uit de feiten en omstandigheden al een bepaald strafbaar feit voort (bijvoorbeeld: er is aangifte gedaan van diefstal, dus verdenking is gericht op het strafbare feit diefstal).

Het formele verdachtebegrip (lid 2)

In artikel 27 lid 2 Wetboek van Strafvordering is vastgelegd dat iemand verdachte is wanneer vervolging tegen hem is gericht. Omdat iemand als verdachte wordt aangemerkt op grond van processuele criteria, spreekt men van het formele verdachtebegrip.

Rechten van de verdachte

Elke verdachte heeft bepaalde rechten. Dit is geregeld in het Wetboek van Strafvordering (eerste boek, titel II).

Deze rechten zijn onder andere:

Het Wetboek van Strafvordering kent het begrip "onbekende verdachte", maar geeft daar geen definitie van. De Raad van State heeft in 2012 geadviseerd een dergelijke wettelijke definitie te introduceren.

Zonder wettelijke grondslag merkt het Openbaar Ministerie (OM) soms ook getuigen voor wie (nog) geen redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit bestaat, als verdachte aan. Volgens het OM verkrijgen deze getuigen hierdoor eveneens het recht om te zwijgen of contact te hebben met hun raadsman.

De verdachte in het Belgische strafrecht

Het Belgische Wetboek van strafvordering formuleert de meeste rechten van de verdachte als regels of beperkingen voor de magistraten.

Vanuit technisch oogpunt moet een terminologisch onderscheid gemaakt worden tussen verdachte, inverdenkinggestelde, beklaagde, beschuldigde en veroordeelde. Deze termen weerspiegelen de fase waarin het strafrechtelijk onderzoek zich bevindt en bepalen de rechten waarop ede betrokkene aanspraak kan maken.

Tijdens het vooronderzoek

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting

De verdachte in de media

Zowel in Nederland als België is het gebruikelijk dat de identiteit van een verdachte of veroordeelde wordt beschermd door alleen de eerste letter van diens achternaam te vermelden. Zo wordt Mohammed Bouyeri in de media nog altijd aangeduid als Mohammed B.

Zie ook