Vinstralen geven de vin van straalvinvissen (Actinopterygii) stevigheid, vergelijkbaar met de spaken van een paraplu. Bijna 99% van alle bekende vissen zijn herkenbaar aan deze vinnen met benige stralen, waar tussen een huidvliesje gespannen zit. Vinstralen zijn hard (ongedeeld, stekelig) óf week (geleed, buigzaam). Er bestaat een vaste schrijfwijze voor het noteren van de samenstelling van de vin. De letter van de vin, in Romeinse cijfers het aantal harde stralen voor de breukstreep en in Arabische cijfers het aantal weke stralen erna. De rugvin (dorsaal) van een stekelbaars schrijf je zo D II–V / 8–14, de aarsvin A I / 6–11.