
Phishing (naar analogie van phreaking, afgeleid van fishing: "vissen", "hengelen") is een vorm van internetfraude. Het bestaat uit het oplichten van mensen door ze te lokken naar een valse website, die lijkt op een officiële website van een organisatie, om ze daar – nietsvermoedend – te laten inloggen met hun inlognaam en wachtwoord of bijvoorbeeld hun creditcardnummer. Bij bankpassen wordt hierbij ook vaak naar de bijbehorende pincode gevraagd. Hierdoor krijgt de fraudeur de beschikking over deze gegevens, met alle gevolgen van dien. De fraudeur doet zich hierbij voor als een vertrouwde instantie, zoals een bank. De meeste vormen van phishing gebeuren via e-mail. De slachtoffers worden hierbij met een e-mail naar deze valse website gelokt. De mail bevat een link naar de (valse) website met het verzoek om bijvoorbeeld zogenaamd "de inloggegevens te controleren".
Een andere vorm van phishing is spear phishing, waarbij de persoonlijke gegevens (naam, e-mailadres, telefoonnummer) van het doelwit worden gebruikt om diegene een gevoel van vertrouwen te geven. Er wordt vaak ingespeeld op diens persoonlijke voorkeuren en hobby's die de daders via sociale media hebben achterhaald. Een voetbalfan wordt bijvoorbeeld benaderd met een nep-aanbieding voor gratis seizoenskaarten van zijn favoriete voetbalclub, iemand die van mooie dure kleding houdt met een kortingsactie van haar favoriete kledingmerk, en een fan van een bepaalde artiest krijgt via e-mail goedkope kaarten aangeboden voor een concert. Deze blijken dan echter niet te werken bij de toegangspoorten.
Bij phishing wordt dikwijls gebruikgemaakt van URL-spoofing. Dit is het nabootsen van de URL van bijvoorbeeld een bank, zodat de gebruiker denkt de echte site te bezoeken, terwijl de URL die van de bedrieger is. Ook wordt de valse site vaak voorzien van het logo van het bedrijf of de bank in kwestie, zodat het voor de gebruiker net lijkt alsof hij op de echte site zit.
Sinds het gebruik van het IDN-systeem (Internationalized domain name), waarbij niet-ASCII-tekens kunnen worden gebruikt in domeinnamen, kan phishing hiervan gebruikmaken door een echte domeinnaam na te bootsen met gelijkwaardige buitenlandse tekens, zodat de gebruiker niet merkt dat het adres niet klopt.
Ook met een ASCII-URL kan gepland bedrog gepleegd worden: zo lijkt het adres www.googIe.com, waarin de kleine letter l vervangen is door een hoofdletter i (I), erg op www.google.com, en kan het er, afhankelijk van het lettertype, zelfs exact hetzelfde uitzien.
De meeste banken maken gebruik van een uitgebreid gevalideerd SSL-certificaat: in moderne internetbrowsers wordt het eerste gedeelte van de adresbalk weergegeven met een groene achtergrond of staat in de adresbalk voor het adres een groen slotje, zodat de gebruiker zeker weet dat hij op de echte pagina zit. Ook begint het adres van de sites van banken altijd met https:// in plaats van met http://, zodat ook hieraan is te zien dat de gebruiker op de echte site zit. Criminelen kunnen ook een certificaat installeren op hun website, waardoor zelfs een groen slotje geen zekerheid biedt.
Meestal ontvangt het slachtoffer een mail waarin hem gevraagd wordt zijn account bij bijvoorbeeld een bank na te kijken en te bevestigen. Ook wordt er wel gebruikgemaakt van instant messaging, soms wordt er telefonisch contact opgenomen. Vaak worden er smoezen bedacht om het slachtoffer onder druk te zetten of in paniek te brengen en zo tot medewerking aan te zetten. Het mailtje gaat bijvoorbeeld over een groot bedrag dat op het punt staat afgeschreven te worden en met de gegeven link naar de (nep)site van de bank kan dit tegengehouden worden. Een ander vaak voorkomend verhaal is dat er fraude is gepleegd met het rekeningnummer en dat het slachtoffer meteen moet inloggen via de link om de rekening te beveiligen dan wel te bevestigen, zo niet dan wordt de rekening bevroren en de politie ingelicht. Ook kan een slachtoffer een mail krijgen waarin staat dat er onlangs een belangrijke update is gedaan en het slachtoffer via de link in de mail moet controleren of diens inloggegevens nog werken of om door via deze link in te loggen medewerking dient te verlenen aan deze update of kan het slachtoffer een mail krijgen dat zijn/haar account bij de instelling in kwestie geblokkeerd dreigt te worden en er via de link in de mail moet worden ingelogd om dit te voorkomen. Verder kan een slachtoffer een mail krijgen van een pakketbezorger dat er een pakket voor hem/haar staat te wachten en hij/zij de levering via een link in de mail moet bevestigen om het pakket in ontvangst te kunnen nemen voordat het teruggestuurd wordt naar de afzender. Dit moet dan vaak op korte termijn gebeuren.
Fraudeurs maken veelvuldig gebruik van nepsites van financiële instellingen, eBay, PayPal of pakketbezorgers. Phishing is moeilijk te achterhalen. Internetgebruikers wordt erop gewezen zelf op te letten en niet in te gaan op een mailverzoek waarin - meestal dringend - gevraagd wordt persoonlijke (financiële) gegevens te geven; zoals bankrekeningnummer, pincode, inloggegevens, burgerservicenummer of creditcardgegevens. Banken vragen nooit via e-mail om dergelijke gegevens. Pakketbezorgers bezorgen alleen pakketten die mensen zelf hebben besteld. Via de echte sites van banken en pakketbezorgers kunnen gevallen van phishing meestal worden gemeld door de mail door te sturen naar een specifiek e-mailadres. Op deze manier weet de bank dat haar bedrijfsgegevens worden misbruikt en kan deze direct actie ondernemen, bijvoorbeeld door de site in kwestie uit de lucht te laten halen. Hierbij krijgt men een mail terug waarin staat of het inderdaad om een phishingmail gaat. Ook als men een telefoontje krijgt van een bank met het verzoek om gegevens door te geven of geld over te maken dient men alert te zijn, banken bellen niet zomaar om gegevens op te vragen of geld over te maken.
Het eerste geval van phishing dateert uit 1996.
In een phishing-bericht zijn vaak de volgende elementen te vinden:
Een veelgebruikte methode is dat de fraudeur een e-mail stuurt met een bijlage waarin een keylogger of andere malware zit verborgen. De mail functioneert dan als een Trojaans paard. Zodra de gebruiker de bijlage heeft geopend, wordt – op de achtergrond – de keylogger geactiveerd. Hierdoor kan de fraudeur via internet zien welke wachtwoorden de gebruiker gebruikt bij het inloggen bij zijn of haar bank.
Als phishingberichten via sms worden verstuurd, wordt dit ook wel smishing genoemd. Net zoals per e-mail moet vaak een bepaalde URL bezocht worden die in het sms-bericht staat. Slachtoffers worden aangemoedigd om snel te reageren omdat er anders grote gevolgen kunnen zijn. Een variant hierop is WhatsAppfraude, ook wel WhatsApp-phishing genoemd. Hierbij wordt een phishingbericht via WhatsApp verstuurd. Hierbij kan zelfs een WhatsApp-account worden overgenomen.[bron?]
Slachtoffers kunnen ook een neptelefoontje ontvangen. Dit wordt vishing genoemd. Hierbij worden slachtoffers gebeld door zogenaamde medewerkers van grote bedrijven of banken. Ze krijgen te horen dat er een probleem is met hun computer of bankrekening en zouden snel moeten handelen.
Phishing door middel van QR-codes wordt ook quishing genoemd. Hierbij wordt een URL verhuld door een QR-code die bijvoorbeeld in een brief staat die per post ontvangen is of op een sticker staat die stiekem ergens is geplakt. Slachtoffers worden aangemoedigd om de QR-code met behulp van hun telefoon te bezoeken en daar hun gegevens in te voeren of om software te installeren.
Men kan door voorzichtigheid te betrachten voorkomen een slachtoffer van een phishing-aanval te worden.
Organisaties kunnen een simulatie uitvoeren met een nep-e-mailbericht dat verzonden wordt aan hun eigen organisatie. Deze phishingsimulaties zorgen voor inzicht in het kennisniveau van de organisatie. Tijdens een simulatie kiest de organisatie een sjabloon dat bij de organisatie past. Na het kiezen van de juiste phishingmail wordt deze mail verzonden naar het personeelsbestand. De phishingmails bevatten volgdata waardoor bijvoorbeeld het aantal aangeklikte links en gephishte werknemers in kaart gebracht kan worden. Wanneer de phishingmail wordt aangemeld bij IT of de phishingbutton wordt aangeklikt, volgt de melding dat dit een gesimuleerde phishing was. Wanneer de werknemer wel op de link klikt, is het mogelijk dat hij verplicht wordt een training over phishing te volgen.
Wie slachtoffer is van phishing, wordt aanbevolen:
In november 2015 kwam Richtlijn (EU) 2015/2366 tot stand, later gewijzigd door Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/389. Deze is sedert 14 september 2019 van toepassing in alle landen van de eurozone, verplicht banken ertoe om betalingen zo veilig mogelijk te laten verlopen. Ze moeten bovendien elke betaling actief monitoren en continu zoeken naar nieuwe fraudevormen en anomalieën.
Op 15 oktober 2026 bevestigde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat banken in geval van phishing verplicht zijn de gestolen bedragen onmiddellijk terug te betalen, zelfs bij grove nalatigheid. Alleen wanneer de bank een ernstig vermoeden heeft dat de klant fraude heeft gepleegd, en dat ook schriftelijk heeft laten weten aan de bevoegde instanties, hoeft ze dat niet te doen. Consumentenorganisaties reageerden opgelucht.
In principe moeten banken phishingslachtoffers meteen terugbetalen, maar deden dat bijna nooit, wat soms leidde tot jarenlange procedures. Op 29 juni 2026 velde het Hof van Cassatie in de zaak-Gansemans een arrest waarbij de bank in het ongelijk werd gesteld, en de definitie van 'grove nalatigheid' aangescherpt werd.
In afwachting van een uitgebreider actieplan tegen phishing pakten de Belgische banken in 2026 uit met een centraal noodnummer waar klanten fraude kunnen melden. Fraudstop is het centrale Belgische noodnummer (078 170 170) voor consumenten die vermoeden dat ze slachtoffer zijn van online fraude of phishing. Het nummer is 24/7 bereikbaar en gebruikt hetzelfde centraal noodnummer van CARD STOP waar klanten hun bankkaart kunnen blokkeren.
In 2026 richtte de federale politie een nationale phishingcel op "om informatie uit het hele land samen te brengen en te analyseren".
In een reactie op een arrest van het Hof van Cassatie stelde minister van Consumentenbescherming Rob Beenders: "(...) de wettelijke bescherming van phishingslachtoffers is geen vrijblijvende aanbeveling, maar een verplichting."
Gedupeerden worden geholpen door consumentenverdedigers als Testaankoop en Boomerang.