| Vlier (geslacht) | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vlier met roze helmknoppen | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||
| Sambucus L. (1753) | ||||||||||||||||
| Trosvlier (Sambucus racemosa) | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Vlier (Sambucus) is een geslacht van snelgroeiende heesters of kleine bomen uit de muskuskruidfamilie (Adoxaceae of Viburnaceae), vroeger ook wel in de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae) geplaatst. In de lente dragen ze tuilen van witte of crèmekleurige bloemen, gevolgd door kleine rode, blauwachtige of zwarte steenvruchten, vaak 'bessen' genoemd maar botanisch gezien geen bessen.
De vruchten zijn een bron van voedsel voor veel vogels. De vlier is de favoriete gastheer van echt judasoor. De vlier is waardplant voor de schemerbladroller, gewone coronamot en grijze kruidenmot; dat zijn microvlinders.
Het geslacht omvat wereldwijd ruim 20 soorten. Algemeen in West- en Midden-Europa voorkomende soorten die ook in Nederland en België te vinden zijn, zijn:
De vlier wordt in Noord-Holland en Ameland ook wel flarieboom of vlaarder genoemd, en op Walcheren, in West-Vlaanderen, West-Zeeuws-Vlaanderen, het Land van Axel en Westdorpe vliender.