De patch-clamptechniek is een manier uit de elektrofysiologie om ionenstromen in ionkanalen die zich in de celmembraan bevinden, te meten. In klassieke patch-clamptechniek wordt een capillair glas bewogen op de celmembraan om een strakke verbinding (Gigaseal) te vormen. De recente ontwikkelingen vervingen de pipet met een vlakspaandersubstraat.
Een voordeel van de patch-clamptechniek ten opzichte van de neurochip is dat men direct aan de cel kan meten; een nadeel is dan weer dat de cel wordt beschadigd.


Er bestaan vier vormen van patch-clamping:
De patch-clamptechniek is in de jaren 1970 en 1980 ontwikkeld door de biofysicus Erwin Neher en de fysioloog Bert Sakmann. Zij ontvingen er in 1991 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde voor.