

De Voortrekkers waren Nederlandstalige Afrikaner boeren, die tussen 1830 en 1850 emigreerden uit de door de Britten geannexeerde Kaapkolonie naar het binnenland van Zuid-Afrika in de zogenaamde Grote Trek, om hier hun eigen onafhankelijke Boerenstaten te stichten.
De Afrikaners die vallen onder de informele subgroep Boeren zijn de afstammelingen van de Voortrekkers die zich in het binnenland van Zuid-Afrika vestigden, verwijzend naar de overwegend agrarische afkomst van de Voortrekkers.
De Voortrekkers waren Nederlandstalige kolonisten (waaronder velen van Duitse en Hugenootse afkomst) die weigerden onder Brits gezag te leven. Ze bestonden hoofdzakelijk uit semi-nomadische trekboeren en verwilderde grensboeren.
De voornaamste oorzaken van de Trek waren onder andere:
In tegenstelling met wat vaak gedacht wordt, was de Grote Trek niet een uitsluitend blanke migratie; de leiders van de Voortrekkers waren echter wel blank. Sommige slaafgemaakten die in de Kaapkolonie waren vrijgemaakt, zijn vrijwillig tezamen met hun voormalige bazen gemigreerd.
Tijdens de Grote Trek trokken de Voortrekkers door en naar de latere boerenrepublieken Oranje Vrijstaat, de Zuid-Afrikaansche Republiek (Transvaal) en de Republiek Natalia. Het was een gevaarlijke tocht waarin ziekten en vijandige Zoeloes en Matabele veel slachtoffers maakten. Van de acht belangrijkste Voortrekkersleiders overleefden slechts drie de tocht: twee bezweken aan ziekte, twee sneuvelden op het slagveld en Piet Retief werd geëxecuteerd door de Zoeloekoning Dingane.


De belangrijkste leiders van de Voortrekkers waren:
De Voortrekkers worden herdacht met het Voortrekkermonument in Pretoria, dat voltooid werd in 1949.