

Een trog is een langgerekt gebied met relatief lage luchtdruk aan het aardoppervlak, of met verlaagde hoogtelijnen op een hoogtekaart van de bovenlucht; een trog aan het aardoppervlak wordt ook vore of grondtrog genoemd. Aan de grond is een trog een uitloper van een lagedrukgebied. Het isobarenpatroon heeft een cyclonale (tegen de klok in op het noordelijk halfrond) kromming. In een trog liggen de isobaren (lijnen met gelijke luchtdruk) meestal dicht op elkaar[bron?]. Hoe dichter de lijnen op elkaar liggen, des te harder waait het[bron?]. Een trog gaat meestal samen met een buienlijn. Buien treden op als de lucht in de trog opstijgt. Doordat de stijgende lucht afkoelt, zal er bij voldoende vochtigheid wolkenvorming optreden met mogelijke neerslag[bron?].
De lijn waar de isobaren van een trog het scherpst knikken, heet de troglijn. Daar stijgt de lucht het sterkst; er vallen vaak buien en de wind neemt er tijdelijk toe.
Op de weerkaarten van het KMI wordt een trog getekend als een zwarte stippellijn. De tegenhanger van een trog is een rug.