| Stift Cammin Land in het Heilige Roomse Rijk | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| |||||
| Kaart | |||||
| Het prinsbisdom Kammin rond 1250 | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Kammin, Köslin (Vanaf 1255) | ||||
| Talen | Nederduitse dialecten, West-Slavische talen | ||||
| Religie | Rooms-katholiek, lutheranisme (vanaf 1530) | ||||
Kammin of Cammin (Pools: Kamień Pomorski) was een tot de Opper-Saksische Kreits behorend prinsbisdom, later vorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk.
Omstreeks 1176 werd te Kammin een dom gebouwd die de residentie werd van de sinds 1148 in Wollin (Wolin) zetelende bisschop. Het bisdom was niet bij een kerkprovincie ingedeeld, maar stond direct onder de paus. In 1255 verplaatste de bisschop zijn zetel naar Kolberg (Kołobrzeg) en het bestuur van het prinsbisdom ging naar Köslin (Koszalin).
In 1276 kwam het aan het keurvorstendom Brandenburg. Sinds de dertiende eeuw maakte het deel uit van het hertogdom Pommeren binnen het Heilige Roomse Rijk. Het bisdom werd daar als rijksvrij beschouwd. Diverse verdragen met Pommeren maakten later vrijwel een einde aan de zelfstandigheid.
Na de Reformatie in 1530 functioneerden er tot 1556 protestantse titulaire bisschoppen.
Bij de Vrede van Osnabrück in 1648 werd het bisdom Kammin aan het keurvorstendom Brandenburg toegewezen.
Het protestantse domkapittel werd in 1810 opgeheven.