Waling Dykstra

Waling Dykstra
Dykstra (1871)
Dykstra (1871)
Persoonsgegevens
Geboortedatum 14 augustus 1821Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats VrouwenparochieBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 5 januari 1914Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats HolwertBewerken op Wikidata
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Erkenning en lidmaatschap
Prijzen en onderscheidingen Broeder van de Orde van de Nederlandse Leeuw (29 augustus 1894)Bewerken op Wikidata
Afbeeldingen
Waling Dykstra
Links
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Friesland

Waling Gerrits Dykstra of Dijkstra (Vrouwenparochie, 14 augustus 1821 — Holwerd, 15 januari 1914) was een Fries schrijver, dichter en voordrachtskunstenaar.

Levensloop

Waling Dykstra's grootvader en vader waren bakker en Waling moest het bakkersvak leren om het bedrijf van zijn vader in Spannum over te kunnen nemen. Hij was echter meer geïnteresseerd in literatuur en publiceerde al voor hij achttien was enkele Friese ballades in de Friesche Almanak van G.T.N. Suringar. Dykstra liet zich met name inspireren door de Friese volksverhalen en gedichten die vanaf 1834 werden gepubliceerd door Eeltje en Joost Hiddes Halbertsma.

In 1840 werd hij bakker in Spannum. Hij trouwde in mei 1850 met Hinke (Jans) Huizinga, maar deze overleed nog geen twee jaar later. Ze hadden een zoon die jong is overleden.

In 1853 zegde Dykstra het bakkersvak vaarwel en begon als koopman langs de huizen te trekken.

In 1855 vonden er enkele belangrijke veranderingen in zijn leven plaats. Hij hertrouwde met Afke (Jans) de Boer, met wie hij elf kinderen zou krijgen. Tegelijkertijd verhuisde hij naar Franeker, waar hij in dienst trad van T. Telenga, boekhandelaar en uitgever. Vanaf dat tijdstip zou Dykstra volledig in zijn onderhoud voorzien door schrijven en het houden van voordrachten, alsmede in de boekhandel en uitgeverij.

In 1861 vestigde hij zich als zelfstandig boekhandelaar in Holwerd. Van omstreeks 1860 tot 1885 was hij 's winters haast elke avond ergens in de provincie om voordrachtsavonden te geven - de zogenoemde Frîske Winterjounenochten, die zeer populair werden.

In 1885 werd hij belast met de eindredactie van het Friesch Woordenboek. De provincie Friesland bracht dit woordenboek in de periode 1898 - 1911 in vier delen uit. In het bijna 900 bladzijden tellende Uit Friesland's volksleven van vroeger en later bundelde Dykstra Friese volksverhalen, sprookjes en gezegden. Het werk werd in twee delen uitgebracht in 1892 en 1896.

In januari 1914 stierf Dykstra te Holwerd. Hij werd 92 jaar.

Levensbeschouwing

Borstbeeld van Waling Dykstra in Holwerd (door Chris Fokma)

Waling Dykstra kwam uit een orthodox-protestantse geloofsgemeenschap, maar koos op jonge leeftijd voor het modernisme en in politiek opzicht voor het liberalisme.

Zijn werk is in hoofdzaak rationalistisch-moralistisch; hij streed voor eenvoud en waarheid als 'burgerlijke deugden'. Hij was een aanhanger van de Verlichting en hoewel moralist kon hij predikanten niet zetten en stak de draak met de eenvoudige belijders van de gereformeerde waarheid. Mede daarom was hij niet geliefd onder de gelovigen.

Succes en kritiek

Waling Dykstra werd algemeen geëerd als de grote man van de Friese beweging.

Zijn eerste liederenbundel, uit 1848, werd vijfmaal herdrukt. Van zijn romans werden vooral de eerste twee vele malen herdrukt.

De voordrachtsavonden die hij met anderen organiseerde, de Winterjoenenocht, ontwikkelden zich tot een nieuw genre, dat tot na 1920 beoefend werd.

Diverse door hem opgezette of geredigeerde bladen en jaarboekjes vonden een brede verspreiding, bijvoorbeeld Sljucht en Rjucht (vanaf 1897), De Fryske Skoeralmenak, het jaarboekje As jimme it leije meije (1899-1910).

Zijn werk aan de Friese spelling en aan het Friesch Woordenboek is van veel betekenis geweest, evenals zijn folkloristische werk. Hij was de belangrijkste verzamelaar van Friese volksverhalen in de negentiende eeuw.

Van calvinistische zijde ondervond hij veel kritiek vanwege de wijze waarop hij de christelijke huichelarij en schijnheiligheid bespotte, in het bijzonder bij predikanten.

Na zijn dood ondervond zijn werk kritiek van de Jongfriezen van Douwe Kalma die het gebrek aan diepgang verweten.

Dykstra's werk is van belang, omdat hij velen bewoog tot het lezen van Fries; literair wordt het thans niet meer gewaardeerd. Het geeft wel een blik in het sociale en morele leven van het vrijzinnig deel van Friesland.

Activiteiten

Op literair gebied heeft Waling Dykstra de volgende werken tot stand gebracht en activiteiten uitgevoerd:

Chronologisch overzicht

Wat bisto leaflik, rizende simmermoarn!

Een van de gedichten van Waling Dykstra behoort tot de meest geliefde van Friesland. De vertaling is van Theun de Vries. De tekst hiervan luidt:

Tekst:   Vertaling:
Wat bisto leaflik, rizende simmermoarn!
’t Opgeande sintsje laket my oan.
’t Hoantsje kraait kûkelû, ’t douke ropt rûkûkû,
Ik wol ek sjonge fleurich fan toan.
Wat ben je lieflijk, rijzende zomerdag
Het zonnetje klimt en schenkt me zijn lach.
Haantje kraait kukeluku!, Duifje roept roekoekoe,
Ik wil ook zingen naar ik vermag.
Alles wat libbet docht der nou sines bij,
Fôltsjes en kealtsjes, hynders en kij.
Guoskes dy’t snetterje, skiepkes dy’t bletterje,
Lamkes dy’t springe, nuvere blij.
Alles wat ademt toont ons zijn levensaard:,
Veulentjes en kalfjes, koeien en paard.
Ganzen, ze snateren 't uit, schaapjes, ze blaten luid;
Lammetjes huppelen, door niets bezwaard.
’t Ljurkje yn’e wolken, d’eintsjes yn’t lizich wiet,
Moskjes en sweltsjes, elts sjongt syn liet.
Earbarren klappperje, ljipkes wjukwapperje,
Skries op’e hikke ropt grito-griet.
Leeuwerik al hemelhoog, eendje in de vissevliet,
Zwaluw en musje, elk zingt zijn lied.
Ooievaars klepperen, kievits wiekwapperen,
Grutto op ' t greidhek roept griet-o-griet.

Literatuur

Over zijn leven en werk is in 1949 een beschrijving gemaakt door zijn zoon J.W. Dijkstra.

Literatuur over Waling Dykstra:

Werken van Waling Dykstra: