


Walsen is in de metallurgie een vormgevingstechniek waarbij een dikke plaat staal of ander metaal door twee of meer walsrollen wordt omgevormd tot vlakke platen, folies of profielen.
Dit kan warm of koud gebeuren. Het warmwalsen van platen wordt voornamelijk uitgevoerd om de dikte aan te passen. Aangezien dit op hogere temperatuur gebeurt, zal het materiaal ductieler zijn, de vloeigrens van het materiaal wordt hierdoor verlaagd. Koudwalsen zorgt voor een uitrekking van de korrels in de Microstructuur, die meestal gewenst is. De plaat verkrijgt hierdoor een hogere sterkte in de langsrichting. Koudwalsen kan interessant zijn voor verschillende sectoren, zoals automobiel, constructie, industrie en landbouw.
Een veelgebruikte methode is het walsen met quarto-walstuigen. Die rollengroep bestaat uit twee strekwalsen, waartussen de plaat wordt gewalst, en twee veel grotere steunwalsen. De steunwalsen dienen om de enorme krachten die inwerken op de strekwalsen op te vangen. De walsen die contact maken met de plaat zullen namelijk uitbuigen door de drukkracht, dit effect wordt door steunwalsen beperkt. Om trillingen door het walsen tegen te gaan worden de strekwalsen enkele millimeters naar voren of achteren gezet. In de staalindustrie worden dikwijls bij het koudwalsen vier of vijf quarto-walstuigen achter elkaar gezet.
Men onderscheidt twee typen walsrollen:
Voor het malen van de graankorrels tot meel worden in een meelfabriek gerilde, stalen walsen gebruikt, die een verschillende snelheid hebben. Ook zitten er in de pletter twee stalen walsen.