Weekmaker

Weekmakers zijn additieven die worden toegevoegd aan kunststoffen, voornamelijk thermoplasten, om hun fysieke eigenschappen te bewerken, met name de flexibiliteit.

Deze moleculen zijn bij kamertemperatuur voornamelijk vloeibaar en beperkt vluchtig. Indien een weekmaker mengbaar is met een kunststof, interageert deze door middel van niet-covalente bindingen en ‘smeert' als het ware de polymeerketens. Hierdoor wordt de glasovergang (Tg) verlaagd en de mechanische eigenschappen van het polymeer minder bros en meer rubberachtig. Gedurende de laatste 60 jaar zijn er meer dan 30.000 verschillende bestanddelen geëvalueerd voor hun ‘weekmakende’ eigenschappen. Vandaag de dag zijn er ongeveer 50 weekmakers commercieel beschikbaar, waarvan het overgrote deel toepassing vindt in polyvinylchloride (pvc). In 2017 bedroeg het totale globale verbruik van weekmakers 7,5319 miljoen ton per jaar, waarvan 1,354 miljoen ton per jaar in Europa geconsumeerd werd.

Meer dan de helft van alle toegepaste weekmakers behoort tot de familie van de ftalaatweekmakers. Dit type weekmaker wordt onderverdeeld in laag-moleculair-gewicht ftalaten, afkomstig van C3-C6 alcoholen, en hoog-moleculair-gewicht ftalaten (> C6). Vanwege negatieve effecten op het milieu en de volksgezondheid zijn de laag-moleculair-gewicht ftalaten stelselmatig vervangen in de Verenigde Staten, Canada en de Europese Unie. Enkele voorbeelden van ftalaatesters zijn di(ethylhexyl)ftalaat (DEHP), benzylbutylftalaat (BBP), di-n-butylftalaat (DBP, DNBP), di-isononylftalaat (DINP), di-isodecylftalaat (DIDP), dioctylftalaat (DOP, DNOP) en di-isobutylftalaat (DIBP). (De "P" in de afkortingen is afkomstig van het Engelse phtalate: ftalaat.) In pvc wordt soms zelfs wonderolie gebruikt als weekmaker. Een alternatief voor het gebruik van additieven is het incorporeren van lange flexibele zijketens in de polymeerstructuur zelf, die bij benadering hetzelfde effect als toegevoegde weekmakers veroorzaken. Dit verschijnsel wordt ook wel 'inwendige weekmaking' genoemd.

Mogelijke gezondheidsrisico's

Veel weekmakers, met name ftalaten, worden ervan verdacht bij vrijkomen uit de kunststoffen schadelijke effecten op de gezondheid te hebben. Dit is dan vooral relevant bij materialen die als verpakking voor bijvoorbeeld voedingsmiddelen dienen. Ook het gebruik van weekmakers in medische hulpmiddelen en in kinderspeelgoed is bron van zorg. Omdat de weekmakers vaak gecombineerd en in veel verschillende concentraties voorkomen in de te onderzoeken bloed- of urinemonsters, wordt in de meeste onderzoeken geconcludeerd dat verder onderzoek wenselijk is. Een kleine selectie uit het onderzoek:

Alternatieven

De "conservatieve" markt van ftalaten wordt gedomineerd door grote chemische concerns zoals BASF, Exxon, Bayer, Eastman, Oxeno en Perstorp. Omdat er mogelijke risico's kleven aan het gebruik van ftalaten voor gezondheid en milieu, maar ook onder druk van nieuwe regelgeving is er vraag ontstaan naar nieuwe, onomstreden, veilige en efficiënte weekmakers. Er is een aantal alternatieven voor ftalaten als weekmakers, voornamelijk voor pvc, ontwikkeld, waaronder:

Deze worden beschouwd als veiliger alternatief voor ftalaten voor gebruik in o.a. kinderspeelgoed, verpakkingsfolie voor voedingswaren of medische toepassingen.