
De wet van Fourier beschrijft de warmteoverdracht door geleiding. Deze relatie is gevonden door Joseph Fourier in 1822.
In één dimensie luidt deze wet:
Daarin is:
Voor stationaire (tijdsonafhankelijke) geleiding door een voorwerp met lengte Δx en doorsnede S waarover een temperatuurverschil ΔT staat (zie de afbeelding), kan de warmtestroom berekend worden met:
Door de differentiaalvergelijking te integreren over het totale oppervlak van een lichaam krijgen we de integraalvorm van de wet van Fourier:
met (in SI-eenheden)
In één dimensie levert dit de warmtestroom voor een homogeen materiaal tussen twee randen met vaste temperatuur als boven.
Deze wet vormt het uitgangspunt voor de afleiding van de warmtevergelijking. De wet van Fick is het analogon voor het geval van stofoverdracht; de wet van Ohm is het elektrische analogon.