Gerst

Gerst
Gerst
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:Eenzaadlobbigen
Clade:Commeliniden
Orde:Poales
Familie:Poaceae (Grassenfamilie)
Onderfamilie:Pooideae
Geslachtengroep:Triticeae
Geslacht:Hordeum (Gerst)
soort
Hordeum vulgare
L. (1753)
Wintergerstplanten in aar
Oogstrijpe aar
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Gerst op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Gerst (Hordeum vulgare) is een graansoort. Ze stamt af van de wilde gerst (Hordeum spontaneum), die nog steeds in het Midden-Oosten voorkomt. Beide soorten zijn diploïd (2n = 14 chromosomen). Gerst behoort net als alle overige granen zoals tarwe, haver, rogge, gierst en rijst tot de grassenfamilie. Ontkiemende gerst (mout) is een belangrijke grondstof voor bier en whisky.

Wereldwijde productie

Topproducenten van gerst 2018
Land Productie (ton)
Vlag van Rusland Rusland16.991.907
Vlag van Frankrijk Frankrijk11.193.034
Vlag van Duitsland Duitsland9.583.600
Vlag van Australië Australië9.253.852
Vlag van Spanje Spanje9.129.535
Vlag van Canada Canada8.379.700
Vlag van Oekraïne Oekraïne7.349.140
Vlag van Turkije Turkije7.000.000
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk6.510.000
Vlag van Argentinië Argentinië5.061.069

Biologie

Kenmerken

Gerst behoort tot de grassenfamilie en is een eenjarige (zomergerst) of tweejarige (wintergerst) plant. De wintergerst moet voldoende koude gehad hebben om te kunnen bloeien. Wintergerst bloeit in de tweede helft van mei, zomergerst bloeit wat later.

Gerst is een uitstoelende plant met 50–130 cm lange stengels waaraan zich een aarvormige bloeiwijze vormt. Aan weerszijden van de getande aarspil staan steeds drie eenbloemige aartjes ingeplant. De buitenste van de drie aartjes zijn soms mannelijk of rudimentair.

Op de overgang van de bladschede naar de bladschijf zitten zowel een tongetje als oortjes.

De aartjes zijn genaald. De kelkkafjes zijn smal, lancet- tot naaldvormig en de onderste kroonkafjes van de fertiele bloempjes zijn gewoonlijk lang genaald. Soms is de kafnaald vervangen door een kort, drietandig vorkje (gevorkte gerst). De cultivars zijn zeer overwegend zelfbevruchtend.

De graanvrucht is meestal bedekt en min of meer strokleurig, maar er bestaat ook "naaktzadige" gerst (Hordeum vulgare L. var. nudum Hook. f.) en ook gerst met zwarte kroonkafjes (zwarte gerst). Bij gewone gerst is de korrel vergroeid met de omhullende kafjes, waardoor deze gepeld moet worden in een pelmolen om de kafjes van het zaad te scheiden.

Habitat

Gerst groeit zowel in subtropische gebieden als in streken met een gematigd klimaat. In het noorden strekt dat gebied zich tot aan de poolcirkel uit, met als uiterste grens 68° noorderbreedte in Finland. Ook wordt gerst verbouwd op de berghellingen van de Himalaya, waar het groeiseizoen heel beperkt is.

Domesticatie

Het domesticatieproces van gerst is een van de bekendste. Een lange periode van cultivatie van wilde gerst ging hier aan vooraf. In de millennia hierna vormden de belangrijkste eigenschappen van het domesticatiesyndroom van gerst zich, zoals grotere vruchten en niet-openspringende aren en recent de ontwikkeling van resistentie en dwergrassen. Op basis van genetisch bewijsmateriaal zijn minstens twee onafhankelijke domesticaties aan te wijzen.

Domesticatie van gerst
Fenotypes Overblijfselen van tweerijige wilde gerst in menselijke nederzettingen Tweerijige domesticaten in Jericho en Abu Hureyra Knikkende (nutans) zesrijige domesticaten in Mesopotamië en Egypte
Tweede domesticatie oost van de Vruchtbare Sikkel
Naakte (nudum) domesticaten in Iran (verlies van kafjes)
Dichtarige zesrijige domesticaten in Egypte Naakte domesticaten in Turkije, West- en Noord-Europa Monogene resistentie

Dwergvarianten

Tijd (jg) 20.000 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8000 6000 4000 2000 0
Kenmerken en genen Wilde gerst komt voor van Marokko tot China Grotere granen Verlies van broze rachis (Bt1 en Bt2)

Verlies van onvruchtbaarheid van zijdelingse aartjes (Vrs1 en int-c)

Niet-vergroeide kafjes (nud) Overgevoeligheid (mla locus voor echte meeldauw)

Verkleinde vegetatieve biomassa (uzu, sdw1, dense)

Gebruik

Geschiedenis

De grotendeels nomadisch levende volken in de prehistorie verzamelden al graankorrels van wilde grassen. Lang voor het begin van de jaartelling werden de planten in cultuur gebracht. De oorspronkelijke groeigebieden van gerst bevonden zich waarschijnlijk in de hooglanden van Ethiopië en het zuidoostelijk deel van Azië (Tibet, Nepal en China). Aangenomen wordt dat er meer dan 7000 jaar geleden al gerst werd gekweekt in het gebied tussen Syrië en Afghanistan. In Europa was gerst de eerst geteelde graansoort. Archeologische vondsten bij de resten van Zwitserse paalwoningen tonen aan dat de cultuur van gerst van 2000-3000 v Chr. stamt. Als voedsel was gerst tot in de Middeleeuwen van groot belang. De gerstekorrels werden tot brij gekookt, maar er werden ook koeken en platte broden van bereid. Later werd gerst als voedselgewas bijna overal overvleugeld door tarwe. Gerst wordt echter nog altijd op grote schaal verbouwd als veevoedergewas en als grondstof voor bier.

Variëteiten

De rassen worden onderverdeeld in wintergerst en zomergerst. Wintergerst wordt in oktober gezaaid en moet dus winterhard zijn. Zomergerst wordt vanaf half februari gezaaid. De rassen van zomergerst worden ingedeeld in brouwgerstrassen en voergerstrassen.

Daarnaast zijn er tweerijige en meerrijige rassen. Er is ook een vorm waarvan de aar bestaat uit vier rijen vruchtjes. Bij de vierrijige gerst (Hordeum tetrastichum) staat het middelste aartje minder ver van de aarspil af dan de beide buitenste aartjes. Daardoor is de aar min of meer vierkant en lijkt het, als men van boven op de aar kijkt, net of er slechts vier rijen korrels zijn. Bij de zesrijige gerst, ook wel Hordeum polystichum genoemd, zijn alle bloempjes vruchtbaar. De bloei wordt gevolgd door de vorming van drie graanvruchtjes aan elke kant van de spil, zodat er een zeskantige aar ontstaat, doordat alle drie de aartjes onder dezelfde hoek van de aarspil afstaan.

Bij tweerijige gerst Hordeum distichum genoemd, zijn de zijdelingse bloempjes onvruchtbaar en wordt er een platte, tweekantige aar gevormd met slechts twee rijen vruchtjes. De onvruchtbare bloempjes blijven nog wel te zien (zie afbeelding). Voor de bierbereiding worden overwegend tweerijige zomergerstrassen (brouwgerstrassen) gebruikt, omdat de korrels groter zijn en het eiwitgehalte lager is en de variatie in korrelgrootte bij deze rassen kleiner is. Bij de rassenkeuze moet niet alleen rekening gehouden worden met de korrelopbrengst, maar ook met het volgerstaandeel en het eiwitgehalte. In verband met het voorkomen van legering zijn strostevigheid en veerkracht van het stro belangrijke raseigenschappen. Brouwgerst wordt in het zuidwesten van Nederland en in Flevoland geteeld.

Teelt

Verwerking

Bij gerst is de vrucht vergroeid met de omhullende kafjes. Vanwege de onverteerbare kafjes moet gerst voor menselijke consumptie altijd gepeld worden. Gepelde gerst wordt gort genoemd. Vroeger werd de gerst gepeld op een pelmolen. Om gerst beter verteerbaar te maken voor mens en dier kan het worden gepoft.

De oppervlakte waarop gerst wereldwijd geteeld werd, en de in Nederland geteelde gerst (hoofdzakelijk zomergerst):

Gerst
wereldwijd
Zomergerst
in Nederland
Jaarareaal
(ha)
opbrengst
(kg/ha)
areaal
(ha)
opbrengst
(kg/ha)
200054.520.176244243.3916200
200156.173.845256362.6055800
200255.272.435247454.1755500
200357.730.908246951.2866400
200457.535.566267343.6466100
200555.342.779250546.6786100
200656.361.192247440.7566000
200755.430.143240141.7295600
200856.774.297277745.5656100
200939.5806800
201028.5785900
201129.8826000
201225.6316800
201325.1576900
201422.0556800
201525 1656500
201624 9806600

Productie van mout voor bier en whisky

Ontkiemende gerstkorrels (gerstemout) vormen de belangrijkste grondstof voor de productie van bier en whisky. Van alle granen kan mout worden gemaakt, maar tweerijige zomergerst wordt tegenwoordig het meest gebruikt voor het brouwen van bier. Uitzonderingen komen uit de ‘craft’ bier wereld met zesrijige gerst die een ander smaakprofiel zou hebben en meer enzymen. Maris Otter is een wintergerst die specifiek voor bier wordt verbouwd, ook vanwege een onderscheidende smaak. Gemiddeld genomen kan met 1 kilo gerst ongeveer 6 liter bier worden geproduceerd.

Brouwkwaliteit

Brood

Gerst bevat weinig gluten (in water zwellende kleefstoffen) en is daarom niet geschikt voor het bakken van brood. Door bij het gerstemeel 20−30% tarwemeel te mengen is het wel mogelijk hier brood van te bakken, maar deze broden zijn tamelijk plat.

Algenbestrijding

Balen van gerstestro die via verrotting van het stro de algengroei moet belemmeren in een vijver in Oud-Heverlee, België

Er is recent wat onderzoek en publiciteit over gerstestro om algen in vijvers te bestrijden. Het stro wordt daartoe in de vijver gebracht en onbekende factoren die gevormd worden door de afbraak van het stro hebben een remmend effect op de algengroei. Mogelijk heeft de afbraak van het stro ook de afname van de fosfaatconcentratie tot gevolg. De toevoeging van het stro heeft gemengde resultaten en niet alle algen blijken gevoelig voor de toepassing.

Inhoudsstoffen gerstekorrel

De gerstekorrel bestaat gemiddeld uit:

Ziekten en beschadigingen

Gerst kan worden aangetast door stuifbrand (Ustilago nuda f. hordei), steenbrand (Ustilago hordei f. hordei), strepenziekte (Drechslera graminea), echte meeldauw (Erysiphe graminis f. hordei), dwergroest (Puccinia hordei), gele roest (Puccinia striiformis), netvlekkenziekte (Pyrenophora teres f. teres), bladvlekkenziekte (Rhynchosporium secalis), gerstegeelmozaïekvirus en gerstevergelingsvirus. Gerstegeelmozaïekvirus is een virus dat wordt overgebracht door de grondschimmel Polymyxa graminis, terwijl het gerstevergelingsvirus door bladluizen wordt overgebracht.

Stuifbrand, steenbrand en strepenziekte kan door ontsmetting van het zaaizaad worden tegengegaan.

Bron

Zie de categorie Hordeum vulgare van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.