Wit

Zie Wit (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Wit.
Wit
Wit
— Kleurcoördinaten —
Hex #FFFFFF
RGB* (r, g, b)(255, 255, 255)
CMYK (c, m, y, k)(0%, 0%, 0%, 0%)
HSV (t, v, i)(0°, 0%, 100%)
*: genormaliseerd naar [0–255] (byte)

Wit is een achromatische kleur, de helderste van alle kleuren.

Wit licht kan bestaan uit een mengsel van verschillende spectrale kleuren van zichtbaar licht. Het prikkelt bij mensen de verschillende kleurreceptoren in het oog in gelijke mate, waardoor de kleurbeleving van wit optreedt. In beeldschermen ontstaat de impressie van wit uit stipjes met verschillende kleuren, meestal rood, groen en blauw.

Een wit oppervlak weerkaatst op een diffuse manier al het licht dat erop valt. Een witte pigmentstof kaatst alle kleuren in gelijke mate terug. Voorbeelden van witte materialen zijn sneeuw, melk en porselein.

Perceptie van wit

Een wit vlak met een zwarte rand

Sommige mensen vinden dat wit als zodanig niet beschouwd zou moeten worden als een "echte" kleur. Iets soortgelijks zou dan gelden voor elke grijsschakering en voor zwart. Deze opvatting gaat echter voorbij aan het feit dat kleur en kleurtint geen synoniemen zijn.

Licht wordt door het menselijk oog als wit ervaren als de drie typen kegeltjes in het oog in dezelfde mate worden aangesproken.[bron?] Dat is bijvoorbeeld het geval als licht binnen het deel van het spectrum waarvoor het menselijk oog gevoelig is, voor alle frequenties even intens is. Een lamp die alle kleuren even sterk uitstraalt, geeft wit licht. Ook als licht een mengsel is van slechts de primaire kleuren in gelijke intensiteit, ziet het oog dit als wit. Daarom wordt wit ook wel een optelkleur genoemd, aangezien wit uit meerdere chromatische kleuren van het spectrum is samengesteld. Dit geldt overigens niet voor bijvoorbeeld verf; als men verf in alle zichtbare kleuren van het spectrum zou mengen, krijgt men beslist geen "wit".

Ontdekking door Newton

Het zonlicht bestaat uit alle kleuren van het spectrum, hetgeen door Isaac Newton werd ontdekt toen hij licht door een prisma liet vallen. Voor die tijd dacht men dat wit licht de fundamentele kleur was, en dat de andere kleuren licht ontstonden door iets aan wit licht toe te voegen. Wit licht krijgt echter juist een andere kleur als een deel van het spectrum wordt weggenomen.

Kleurtemperatuur

Zuiver wit bestaat in de praktijk niet. Elk wit heeft een bepaalde tint, die zichtbaar wordt als er een ander wit voorwerp naast wordt gehouden. Dit blijkt bijvoorbeeld door een wit vel papier te houden naast een beeldscherm waarop een witte achtergrond te zien is. Dit wordt uitgedrukt in de witheid.

De eigenschappen van wit licht worden uitgedrukt in de kleurtemperatuur. Een zogenoemde zwarte straler straalt als hij een bepaalde temperatuur heeft een continu lichtspectrum uit, dat bij een bepaalde frequentie een maximum vertoont. Dit maximum hangt af van de temperatuur van het stralende lichaam. Hoe hoger de temperatuur, des te hoger de frequentie van de piek in het spectrum. Zo zal een zeer hete zon veel licht in het ultraviolet uitstralen, maar een radiator in een kamer vooral veel in het infrarood. Deze kleuren zijn met het oog niet te zien, maar dat geldt bijvoorbeeld wel voor een elektrische grill. De gloeispiraal hiervan is zo heet, dat deze felrood licht uitstraalt.

De kleurtemperatuur van daglicht bedraagt 5600 kelvin. De kleurtemperatuur van een gloeilamp is veel lager, ongeveer 2400 kelvin. De menselijke hersenen corrigeren voor de kleurtemperatuur van het licht, zodat deze beide soorten licht, het daglicht en een gloeilamp, als wit worden ervaren. Een fotografische film doet dit niet. Een foto gemaakt in een kamer verlicht door gloeilampen laat duidelijk zien, dat het licht niet wit is en alle kleuren worden sterk geel of roodachtig gekleurd. De flitser van een fototoestel is zo ontworpen dat deze dezelfde kleurtemperatuur heeft als daglicht.

Wordt wit gemengd met andere kleuren, dan ontstaan lichte, "zachte" tinten zoals roze (bij menging met rood), beige (bij menging met geel), of (licht)grijs (bij menging met zwart). Deze mengtechniek is ook gebruikelijk in de schilderkunst (zie ook tertiaire kleur).

In de schilderkunst

Wit is voor een schilder een van de belangrijkste pigmenten en de tube wit is dan ook het eerste leeg. Als echter een schilderij wordt begonnen kan de schilder een aarzeling hebben bij het volledig witte doek. Sommigen geven er dan een voorkeur aan om het doek een kleur te geven, de imprimatura.

Oorspronkelijk werd door kunstschilders vooral het giftige loodwit gebruikt. Tegenwoordig gebruikt men veelal het onschadelijke titaanwit.

Gebruik en gevoelswaarden

In de taal

Uitdrukkingen

  • Witboek – Een publicatie van de overheid over delicate situaties, bijvoorbeeld uit de diplomatie.
  • Witte Donderdag – de dag voor Goede Vrijdag; de dag van het laatste avondmaal van Jezus Christus met zijn 12 discipelen.
  • Witgoed – elektrische huishoudelijke apparatuur die een witte kleur heeft, zoals koelkasten, ovens en dergelijke. Dit in tegenstelling tot bruingoed (televisies, hifi installaties etc.). Maar witgoed zijn ook lakens, handdoeken, etc. die in de witte weken in de uitverkoop worden gedaan.
  • Witte kerst – een Kerstmis met sneeuw, veel bezongen in liederen.
  • Witte raaf – een zeer zeldzame verschijning.
  • Wit privilege – (een leenvertaling van het Engelse white privilege) is de verzamelterm voor de privileges (maatschappelijke voordelen) waarover mensen met een witte huidskleur zouden beschikken vergeleken met leden van andere etnische groepen.
  • Wit voetje ('Hij heeft een wit voetje bij hem') – hij heeft bij een bepaalde persoon een streepje voor.
  • Wit werken – in tegenstelling tot zwartwerken, wel belasting over het loon betalen.
  • Witte werkster – een (mislukt) experiment van de Nederlandse overheid om de huishoudelijk hulp uit het zwarte circuit te halen.
  • De witte vloot.

Varia

Zie de categorie White van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Zoek wit op in het WikiWoordenboek.