
Adi Martis (Sint Nicolaas, 1944) is een Arubaans-Nederlandse kunsthistoricus, historicus en conservator. Hij was universitair hoofddocent aan het Kunsthistorisch Instituut van de Universiteit Utrecht.
Martis vertrok op vijftienjarige leeftijd naar Nederland en studeerde aan de Kweekschool voor onderwijzers te Zeist. Van 1964 tot 1969 studeerde hij aan de Academie van Schone Kunsten in Amsterdam. Na drie jaar in het onderwijs op Aruba werkzaam te zijn geweest, onder meer als tekenleraar aan het Colegio Arubano, keerde hij in 1972 terug naar Nederland en studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, waar hij in 1978 als docent werd aangesteld. Tot 2009 was hij als universitair hoofddocent aan deze universiteit verbonden.
Hij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam in 1990 bij Evert van Uitert op het proefschrift Voor de Kunst en voor de Nijverheid. Het ontstaan van het kunstnijverheidsonderwijs in Nederland. Martis beschreef voor het eerst gedetailleerd het ontstaan van het kunstnijverheidsonderwijs in Nederland, mede aan de hand van de geschiedenis van de Kunstnijverheidsschool Quellinus te Amsterdam, voorloper van het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (de huidige Gerrit Rietveld Academie). Daarbij had hij oog voor zowel de maatschappelijke en politieke achtergronden als de vakdidactische inzichten en methoden die ten grondslag lagen aan het kunstnijverheidsonderwijs. Martis beschreef in zijn proefschrift gedetailleerd de politieke, maatschappelijke en culturele context waarin de eerste Nederlandse kunstnijverheidsscholen werden opgericht. Hij behandelde daarbij globaal de belangrijkste kenmerken van het onderwijs, zoals het toenemende belang van het praktische onderwijs in werkplaatsen en het ‘ontwerpen op systeem’ als belangrijkste theoretische basis voor het decoratief ontwerpen.
Hij publiceert over het kunstonderwijs, het postmodernisme, primitivisme, fotografie (in het bijzonder Paul de Nooijer) en het Caribisch gebied. Na zijn pensionering verschoof zijn interesse naar een bredere (cultuur)historische invalshoek, resulterend in zijn boek Geschiedenis van Aruba tot 1816 (2018).