Aernout Elsevier

Aernout Elsevier (Douai, 1579/1580 - Dordrecht, na 1646) was een Nederlandse landschapsschilder en kunsthandelaar uit de Gouden Eeuw.

Aernout was een zoon van de uit Leuven afkomstige boekhandelaar Lodewijk Elsevier. Zijn vader verhuisde in 1580 naar Leiden, waar hij een drukkerij opzette. Aernout trouwde op 9 februari 1607 in Leiden met Maria Simons van Swieten (overleden 1626), en ze kregen twee kinderen: Louis en Jacomina. Louis werd ook schilder. Op 22 oktober 1626 hertrouwde hij met Christina Everaerts van den Boetselaer (overleden 1641).

In 1609 zette hij zich in voor de oprichting van een schildersgilde in Leiden, wat door de vroedschap werd afgewezen. In 1620 huurde hij de herberg 'De Goude gecroonde Regenbooch', waar veel kunstenaars logeerden. In 1624 werd hij de eigenaar. Hij woonde zelf in de Breestraat tegenover het Stadhuis. Ondanks zijn huwelijk met Christina Everaerts van den Boetselaer, die van goeden huize was, kwam hij in financiële problemen. Op 19 november 1627 moesten zijn broers Mathijs en Bonaventura garant voor hem staan. In 1629-1630 probeerde hij in Rotterdam een nieuw bestaan op te bouwen met de huur van de herberg 'De Toelast' van zijn neef Isaac Elsevier. Na een jaar moest hij dat opgeven. In 1631 vond in Vianen een openbare verkoop van zijn bezittingen plaats. Tussen 1632 en 1639 werd hij verschillende keren vermeld in Utrecht. In 1639 en in 1643 was hij getuige bij een doop in Rotterdam. Voor het laatst werd hij in 1646 vermeld, toen hij lid werd van het Sint-Lucasgilde in Dordrecht.

Hij schilderde landschappen, wintergezichten, brandjes en banketjes. Er is echter slechts één werk van hem bekend, een berglandschap uit 1638, dat in handen was van een Amerikaanse particuliere verzamelaar.