Afkloppen of aftikken is een vorm van volksgeloof en een ritueel waarbij oorspronkelijk op ongeverfd hout wordt getikt, om daardoor mogelijk ongeluk af te wenden, wanneer men zich verheugt over genoten geluk of wanneer iets geprezen wordt.
Meestal wordt er afgeklopt op (onbewerkt of ongelakt) hout, maar ook ijzer is mogelijk.
In vrijwel heel Europa, maar ook daarbuiten, is voor miljoenen mensen het aanraken van hout of afkloppen op hout een vast ritueel. Het hout behoort wel aan een aantal voorwaarden te doen; het moet ongeverfd zijn en alleen eiken-, wilgen- of appelboomhout zou hiervoor geschikt zijn.
Het wordt in het dagelijks leven veelvuldig toegepast, zowel in zaken als privé, met als doel het lot in positieve zin te beïnvloeden. De daad, het feitelijk kloppen op hout, wordt verbaal begeleid door een bezweringsformule (toverspreuk), doorgaans een letterlijke weergave van de handeling.
Voorbeelden zijn o.a.: "Touch wood" (Groot-Brittannië/Australië/Ierland), "Toucher du bois" (Frankrijk/België), "Auf Holz klopfen" (Duitsland/Oostenrijk) en "Bater na madeira" (Portugal/Brazilië). In de Verenigde Staten is "Knock on wood" gangbaar sinds de 19e eeuw, daarvoor was "Stomp on Wood" gangbaar en klopte men vaak af op de houten vloer.
Uitdrukkingen in verschillende landen:
Uitzonderingen zijn er ook:
De Keltische of Germaanse oorsprong stamt af van het Kotouka-ritueel. De boom was voor hen de aardse belichaming van hun goden. Men geloofde dat bomen de woonplaats waren van vele goden. Druïden voltrokken bezweringen en rituelen bij de heilige bomen. Wanneer de Germanen door demonische krachten werden bedreigd met een bepaald ongeluk, moesten ze hout aanraken; het was immers goddelijk. Hout nam de boze geest op en zond hem de grond in.
Een katholieke oorsprong vindt men bij het kruis van Jezus. Als men overmoedig was geweest moest men een houten crucifix aanraken om de nederigheid te tonen waartoe Jezus opriep. Overmoedig zijn betekende niet alleen het noodlot tarten, het was tevens een zonde.