| Ajuga iva | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Ajuga iva (L.) Schreb. (1773) | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Ajuga iva is een plantensoort uit de Lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Het is een kruipende, aromatische en meerjarige plant die een groeihoogte bereikt van 5 tot 10 centimeter. De plant heeft een of meer stengels vanuit een houtachtige basis.
De soort komt voor in Macaronesië en het Middellandse Zeegebied. Hij groeit daar op rotsachtige hellingen op hoogtes tot 2700 meter. In Israël groeit de soort te midden van struikgewas in semi-steppegebieden.
Dit is een van de meest gebruikte medicinale planten in Marokko. De plant wordt vaak in het wild geoogst en zowel vers als gedroogd verkocht op lokale markten. Omdat deze plant gezien wordt als een algemeen middel ter voorkoming van allerlei ziekten, wordt deze plant toegevoegd aan zelfgebakken brood. Gedroogde plantendelen worden vermalen tot poeder, waarvan met honing gemengd, kleine balletjes gekneed worden om maag- en darmklachten te behandelen. Ook wordt de plant ingezet om diabetes te behandelen.