Albert Benningk

Albert Benningk (? – vóór 20 augustus 1690) was een geschut- en klokkengieter. Hij was vanaf 1665 raadsgieter in Lübeck en na 1686 geschutgieter van de Deense koning. Volgens de Neue Deutsche Biographie behoorde hij tot de voortreffelijkste meesters van zijn vak in de 17e eeuw.

Albert Benningk trouwde eerst met Sophie Helms en na haar dood omstreeks 1680 met Elisabeth Balcke. Zijn vader was vermoedelijk Hermann Benningk, die tussen 1647 en 1668 als geschutgieter in Hamburg wordt genoemd.

Benningk wordt in 1665 voor het eerst genoemd, kort voor zijn benoeming tot Lübecks ‘raadsgieter’ (Rathgiesser). In de Lübecker akten komen meerdere klachten van Benningk voor over schending van zijn rechten en over uitblijvende betaling. In 1686 verliet hij Lübeck. Volgens zijn weduwe had hij functies in Berlijn en Kopenhagen. In geschillen over zijn nalatenschap wordt hij geschutgieter van de Deense koning genoemd, en hij overleed vermoedelijk in Kopenhagen.

Werk

Twee rijk versierde kanonnen van 48 pond (1669). (Ets van Abraham Bloteling, 1671)

Uit 1669 dateren twee rijk versierde kanonnen van 48 pond, de laatste twee van een levering van 157 stuks, die werden geschonken aan de Staten van Holland en West-Friesland als dank voor de prompte betalingen van het door hem geleverde geschut. Ze werden tijdens de Franse bezetting uit het Delftse Armamentarium naar Parijs vervoerd. Na de inname van Parijs in 1814 werden zij daar teruggevonden en opgeëist. Een ervan wordt bewaard in het Heeresgeschichtliches Museum te Wenen (voorheen het Keizerlijk en Koninklijk Heeresmuseum). Het andere stuk werd bewaard in het Zeughaus te Berlijn, maar werd na 1945 als oorlogsbuit door Sovjettroepen meegenomen en maakt nu deel uit van de collectie van het Russisch Artilleriemuseum in Sint-Petersburg. Ook in het arsenaal te Kopenhagen bevinden zich stukken van zijn hand.

Onder zijn werken, die zich kenmerken door scherp afgetekend gietwerk, een stijlvolle versiering en zorgvuldig ciseleerwerk, zijn ook veel klokken te noemen, zoals de Pulsglocke van de Marienkirche in Lübeck (1669), een kleine klok in Travemünde (1673) en twee klokken in de dom van Ratzeburg (1670).