Een tak van het geslacht Alewijn werd in 1885 ingelijfd in de Nederlandse adel. Zij ontvingen het bovenstaande familiewapen.
Het familiewapen komt in verschillende kleurvarianten voor. In de meeste gevallen is het schild beladen met een zilveren kruis, de kwartieren I en IV in zwart, II en III in blauw, de meerminnen zijn in een natuurlijke kleur en een zilveren staart met een gouden spiegel en/of kam. De bollen van zilver. Een rood hartschild met een gouden toren, met open ramen en poort
Alewijn is een Nederlands geslacht waarvan leden sinds 1815 tot de Nederlandse adel behoren.
Geschiedenis
De stamreeks begint met mr. Dirck Dircksz. Alewijn (ca. 1500-1573). Uit zijn eerste huwelijk zijn vijf kinderen bekend, uit zijn tweede huwelijk drie. Zijn zoon Dirck (1571-1637) was, behalve lakenkoper, tevens hoofdingeland van de Beemster. Zijn nakomelingen vervulden, onder andere in diezelfde functie, diverse bestuursambten.
In 1623 werd mr. Dirck Alewijn (1580-1638), een neef van de bovengenoemde Dirck Alewijn (1571-1637), door koningLodewijk XIII in de adelstand verheven. Hij kreeg drie kinderen, maar zij bleven op hun beurt allen kinderloos. Daarmee stierf deze adellijke tak van het geslacht uit.
Vanaf 16 september 1815 werden diverse telgen verheven of ingelijfd in de Nederlandse adel. Een in 1982 uitgestorven tak verkreeg in 1885 de titel van ridder op allen.
Enkele telgen
Dirck Dircksz. Alewijn (-1573), wisselaar; trouwde eerst met Mary Gerritsdr. (-1568); hij hertrouwde in 1569 met Neeltgen Cornelisdr. "in de Wissel" (-1590)
Brechtje Agatha Alewijn (1777-1853); trouwde in 1794 met mr. Abraham Pieter van Notten (1773-1799); zij hertrouwde in 1801 met mr. Pieter Alexander baron van Boetzelaer (1759-1826), burgemeester van Amsterdam, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Abraham Alewijn (1607-1679), lakenkoper, hoofdingeland van de Beemster
mr. Marten Alewijn (1634-1684), hoofdingeland van de Beemster
mr. Zacharya Henrico Alewijn (1663-1734), luitenant burgerij