| Alexander Braun | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Volledige naam | Alexander Braun | |
| Geboortedatum | 10 mei 1805 | |
| Geboorteplaats | Regensburg | |
| Overlijdensdatum | 29 maart 1877 | |
| Overlijdensplaats | Berlijn | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Wetenschapsfaculteit van de Universiteit van Parijs, Ludwig Maximilians-universiteit, Ruprecht-Karls-universiteit | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied | plantkunde, mycologie, paleontologie, morfologie, biologie | |
| Erkenning en lidmaatschap | ||
| Ambt | professor | |
| Lid van | Duitse Academie der Wetenschappen Leopoldina, Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen, American Academy of Arts and Sciences, Beierse Academie van Wetenschappen en Geesteswetenschappen, Pruisische Academie van Wetenschappen, Amerikaanse Nationale Wetenschapsacademie (1865), Göttinger Academie van Wetenschappen | |
Alexander Carl Heinrich Braun (Regensburg, 10 mei 1805 - Berlijn, 29 maart 1877) was een Duits botanicus uit Beieren.
Hij studeerde botanie in Heidelberg, Parijs en München. In 1833 begon hij met het doceren van plantkunde aan de Polytechnische School van Karlsruhe. Hij bleef daar tot 1846. Daarna was hij hoogleraar in de botanie in Freiburg (vanaf 1846), Giessen (vanaf 1850) en aan de Universiteit van Berlijn (vanaf 1851), waar hij bleef tot 1877. In Berlijn was hij tevens directeur van de Berlijnse hortus botanicus. In 1852 werd hij verkozen tot buitenlands lid van de Kungliga Vetenskapsakademien.
Braun is vooral bekend om zijn onderzoek naar de morfologie van planten. Hij was een voorstander van vitalisme, een populaire 19e-eeuwse speculatieve theorie waarin wordt gesteld dat een regulerende kracht bestaat binnen de levende materie om te kunnen functioneren. Braun leverde een belangrijke bijdrage op het gebied van de celtheorie. Vanaf de jaren 1830 met zijn analyses van de regeling van de schalen op een dennenappel was hij een pionier van fyllotaxis.
De plantensoort Polystichum braunii is naar hem vernoemd.