| Alexander Calder | ||||
|---|---|---|---|---|
Portret van Alexander Calder, 1947, door Carl Van Vechten, Library of Congress, Washington | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Pseudoniem | Calder, Sandy | |||
| Geboren | 22 juli 1898 | |||
| Overleden | 11 november 1976 | |||
| Geboorteland | Verenigde Staten | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | woonhuis, Académie de la Grande Chaumière, Stevens Institute of Technology | |||
| Beroep | Beeldhouwer | |||
| Werkveld | beeldhouwkunst, sieraad, beeldende kunst | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1920 – 1976 | |||
| Stroming | kinetische kunst, moderne kunst | |||
| Stijl | Abstract, kinetische kunst | |||
| Bekende werken | Araignée rouge, Flamingo, Horizontal, Man, Three Discs | |||
| Werklocatie | Calvi, Parijs, Berlijn, Barcelona, Madrid, Málaga, Palma, Tarragona, Londen, Sherman, Florida, New York, Oshkosh | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | American Academy of Arts and Letters, American Academy of Arts and Sciences | |||
| Archieflocatie | Nationaal Archief van Frankrijk | |||
| Kunstenaarsmaplocatie | Bibliotheek en archieven van het Kunstmuseum van Philadelphia, Smithsonian American Art and Portrait Gallery-bibliotheek, Frick-kunstreferentiebibliotheek, College for Creative Studies-bibliotheek, National Gallery of Art-bibliotheek | |||
| Prijzen en erkenningen | Golden Lion, Goslarer Kaiserring (1977), Presidential Medal of Freedom (1977) | |||
| Handtekening | ||||
| Signatuur | ||||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| Calder Foundation Website | ||||
| ||||

Alexander Calder (Lawnton, 22 juli 1898 – New York, 11 november 1976) was een Amerikaanse beeldhouwer die een grote bekendheid verwierf vanwege zijn innovatieve mobiles en monumentale publieke sculpturen. Hij introduceerde beweging, abstractie en surrealistische elementen in zijn werk en bracht daarmee vernieuwing in de kinetische kunst.
Alexander Calder stamde uit een beeldhouwersfamilie: zijn grootvader Alexander Milne Calder (afkomstig uit Schotland) heeft de 250 figuren van de Philadelphia City Hall in Philadelphia gebeeldhouwd en ook zijn vader, Alexander Stirling Calder, was een gerenommeerd beeldhouwer.
Alexander Calder begon als autodidact en vertrok in 1926 naar Parijs. Hier bezocht hij de Académie de la Grande Chaumière en leerde hij avant-gardistische tijdgenoten als Joan Miró, Hans Arp, Piet Mondriaan, Theo van Doesburg en Marcel Duchamp kennen.
In 1929 ontmoette Calder tijdens een reis naar New York zijn toekomstige echtgenote, Louisa James, een achternicht van de schrijver Henry James. Zij trouwden in 1931.
Uit een ontmoeting in 1930 met Piet Mondriaan in diens Parijse studio ontstonden zijn eerste mobiles, die ogenschijnlijk niet aan de wetten van de zwaartekracht onderworpen waren. Met deze mobiles werd hij uiteindelijk bekend en in 1931 had hij zijn eerste grote tentoonstelling in Parijs. Hij was lid van de kunstenaarsgroep Abstraction-Création, die invloed had op zijn ontwikkeling richting abstractie. In 1934 creëerde Calder zijn eerste voor de buitenruimte geconstrueerde mobile. Daarnaast maakte hij zijn eerste grote abstracte beeldhouwwerken. Deze noemde hij op aanraden van Arp stabiles, om een onderscheid te maken met de mobiles. Voor hem was het belangrijk, daarin gestimuleerd door Marcel Duchamp en anderen, om abstractie en beweging te verbinden. Zo maakte hij naast mobiles, die door luchtcirculatie bewogen werden, door motoren aangedreven beelden. Een dergelijke stabile was Verbogen propeller, die vanaf 1970 werd geëxposeerd op het voormalige World Trade Center in New York.
Voor de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs bouwde hij een kwikfontein ter herinnering aan de slachtoffers van de kwikmijnbouw. De fontein bevindt zich sinds 1976 in het museum Fundació Joan Miró in Barcelona. Ook heeft Calder sieraden vervaardigd.
Calder wordt gerekend tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de kinetische kunst. Het levenslange contact met zijn vriend Joan Miró beïnvloedde zijn kunstenaarschap.
Het idee om kunstenaars auto's te laten ontwerpen en er vervolgens mee te laten racen, kwam van autocoureur Hervé Poulain en BMW Motorsport-directeur Jochen Neerpasch. De eerste kunstenaar die Poulain benaderde was Alexander Calder. Inmiddels beslaat het BMW artcar project zo'n 20 auto's.