| Alfred Ost | ||||
|---|---|---|---|---|
Alfred Ost | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | Zwijndrecht, 14 februari 1884 | |||
| Overleden | Antwerpen, 9 oktober 1945 | |||
| Nationaliteit | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | kunstschilder | |||
| Werkveld | schilderkunst, tekenkunst, poster, illustreren | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Archieflocatie | Letterenhuis | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Alfred Ost (Zwijndrecht, 14 februari 1884 – Antwerpen, 9 oktober 1945) was een Belgisch kunstschilder die vanaf 1901 het dagelijkse leven tekende en schilderde in Mechelen.
Hij woonde van 1892 tot 1902 in Rumst (in het oude brouwerijgebouw dat nu de cultuurdienst huisvest). Hij was leerling van het Klein Seminarie van Hoogstraten.
Voor 1914 had Ost een optimistische kijk op het leven. Hij tekende daardoor ook veel kermissen en bedevaarten. Hij tekende in die tijd ook veel dieren. Ontwerpen voor een aantal affiches zijn ook van zijn hand verschenen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij, zoals zoveel andere kunstenaars, gevlucht naar het neutrale Nederland. In 1915 kwam hij aan in Amsterdam, met zijn ouders en zijn zuster Irma. Hij maakte toen veel prenten van vluchtelingen als steun voor noodlijdenden en krijgsgevangenen. In 1919 vestigde hij zich te Borgerhout.
Door de Eerste Wereldoorlog werd zijn werk pessimistischer en tekende hij veel droevige schilderijen. Hij vond dat een kunstenaar een werktuig van God is. Hij ondertekende daarom zijn grootste schilderijen niet of alleen met D.G. (Deo Gratias). Hij versierde ook verschillende gangen van het Borgerhoutse Xaveriuscollege van de Jezuïeten en het Brasschaatse Sint-Michielscollege van de Norbertijnen met zijn muurtekeningen.
Hij maakte in 1938 een tekening over de Hanswijkcavalcade (een 25-jaarlijks historisch ruiterevenement in Mechelen) voor het eerste exemplaar van het Guldenboek (periode 1889-1971) van de stad Mechelen. Hij tekende een reeks van elf prenten over deze Ommegang.
Ost schonk een 'oeuvre-erfdeel' aan de steden Mechelen (1936), Roosendaal (1937), Hoogstraten (1938), 's-Hertogenbosch (1938) en de Antwerpse Zoo (1945).
In het Xaveriuscollege werd hij opgevangen door de Jezuïetenpaters die het college bestuurden. Ost had veel moeilijkheden met het oorlogsregime vanaf 1940, dat werkte met voedselbonnen. Vaak verloor hij die of kwam hij te laat. De paters namen dit over voor hem. Dit laat ook vermoeden dat Ost leed aan bipolariteit.
Op 9 oktober 1945 stierf hij in Antwerpen in de Eeuwfeestkliniek. Er is een Alfred Oststraat in Antwerpen, in Zwijndrecht, in Hoogstraten en in Mechelen.
Alfred Ost won een bronzen medaille op de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen met zijn schilderij De voetballer, een groot doek op posterformaat. Schilderkunst, literatuur, bouwkunst, architectuur en muziek waren sinds 1912 Olympische disciplines die werden afgeschaft na de Spelen van 1948. Op deze wijze wilde Pierre de Coubertin de Olympische Spelen, een feest ter ere van de god Zeus, eren met kunst. Alfred Ost had gehoopt hiermee internationale erkenning te krijgen, maar kunstmedaillewinnaars werden vlug vergeten. Zijn droom om hiermee leraar te worden aan de Antwerpse kunstacademie kwam niet uit.
Postume tentoonstellingen: