Aliquotrij

In de getaltheorie is de aliquotrij van een natuurlijk getal een rij getallen die begint met dat getal en waarvan verder ieder getal de aliquotsom is van het getal dat in die rij eraan vooraf gaat. Het komt uit het Latijn, van aliquot, alius, anders en quot, hoeveel.

Voorbeelden
, enz.
De aliquotrij van het getal is dan: .
De aliquotrij van is dan: .

De aliquotrij van een willekeurig natuurlijk getal kan, op basis van bovenstaande definitie, worden geschreven als:

Of, recursief gedefinieerd met als algemene term van de rij:

Onderdeel van deze definitie is toegevoegd, opdat de rijen die met een zouden eindigen, dan doorlopen met .

Eigenschappen

Voorbeeld. Voor is:
, enzovoort.
De aliquotrij van is dan: .

Vermoeden van Catalan-Dickson

De Belgische wiskundige Catalan (1814-1894) formuleerde in 1888 het volgende vermoeden omtrent aliquot-rijen:

Elke aliquotrij eindigt met een priemgetal of met een perfect getal.

Dit vermoeden is in 1913 is door Dickson (1874-1954) aangescherpt tot:

Elke aliquotrij eindigt met een priemgetal of met een perfect getal, of gaat over in een repeterende rij.

Het blijft nog steeds bij een vermoeden omdat van enkele getallen niet bekend is hoe ze eindigen. Dit zijn onder meer de zogenoemde Vijf van Lehmer: 276, 552, 564, 660 en 966.