
Het Allon-plan (Hebreeuws: תוכנית אלון, Tochnit Alon) was een Israëlisch voorstel voor de toekomstige inrichting van de door Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 veroverde gebieden. Het plan werd kort na de oorlog ontwikkeld door de Israëlische minister en voormalig legercommandant Yigal Allon. Hoewel het nooit officieel door de Israëlische regering werd aangenomen, heeft het gedurende tientallen jaren een belangrijke invloed gehad op het Israëlische beleid ten aanzien van de Westelijke Jordaanoever.
Direct na de verovering van het door Jordanië bezette gebied in 1967 overwoog Israël de keuze tussen twee opties: a. de "Jordaanse optie", waarbij een groot deel van de Westoever opnieuw onder Jordaanse controle zou komen en de Palestijnse inwoners onder Jordaans bestuur zouden komen, of b. de "Palestijnse optie", waarbij de gehele Westoever, inclusief de Palestijnse inwoners, onder Israëlisch militair bestuur zouden blijven. Reeds op 27 juli 1967 presenteerde Yigal Allon zijn Allon-plan, waarin werd gekozen voor de "Jordaanse optie", waarbij het westelijke deel de Westoever, noordelijk en zuidelijk van Groot-Jeruzalem, als enclave via een passage met Jordanië was verbonden en het autonomie-probleem aan Jordanië werd overgelaten. De Jordaanvallei en Jeruzalem zouden daarbij definitief in Israëlische handen blijven. Het Palestijnse gebied zou worden gedemilitariseerd en in de Jordaanvallei zouden Israëlische troepen bijven gestationeerd. Het Allon-plan was strijdig met het streven naar volledige annexatie van de Westoever en sloot daarmee de "Palestijnse optie" uit. Het zuidwestelijke deel, onder Jeruzalem, kwam in het Allon-plan evenwel in aanmerking voor eventuele annexatie, samen met het oostelijke gebied.
Het Allon-plan voorzag niet alleen nederzettingen in de Palestijnse gebieden, maar ook op de bezette Golan. Het plan stelde voor daar 20 agrarische dorpen te bouwen voor zo'n 7000 mensen langs de demarcatielijn met Syrië en Libanon. Na het afsluiten van de Camp David-akkoorden werd echter prioriteit gegeven aan de Westoever. De Gazastrook kwam niet in het plan voor, maar werd nu ook urgent. In Gaza moest een ring van nederzettingen het gebied isoleren van Egypte voordat de Akkoorden zouden leiden tot teruggave van de Sinaï.
Het Allon-plan werd echter nimmer uitgevoerd, maar wel werden er steeds meer nederzettingen gebouwd over de hele Westoever. Israël concludeerde dat de "Jordaanse optie" niet haalbaar was, toen Jordanië bleef vasthouden aan VN-resolutie 242. In maart 1972 stelde Koning Hoessein een federatie voor tussen een Palestijnse staat op de West- en Oostoever en Jordanië onder zijn koningschap en in juni 1977 nogmaals met alleen de Westoever als autonome staat. Beide voorstellen werden afgewezen door de PLO.
In 1977 kwam Israël met een plan voor zelfbestuur voor de inwoners van de bezette gebieden. Volgens dit plan zouden de Westoever en Gaza onder Israëlisch bestuur districten met "administratieve autonomie" worden, waarbij de Palestijnen, ook die in Gaza (net als in het geannexeerde Oost-Jeruzalem) de keuze zouden hebben tussen Israëlisch of Jordaans burgerschap. Zij die zouden kiezen voor Israëlisch burgerschap zouden zich vrij mogen vestigen in Israël, maar alle Israëli's zouden zich er ook vrij mogen vestigen en daar land mogen aankopen. In Bethlehem zou ter vervanging van de militaire regering een "Administratieve Raad" met beperkt zelfbestuur komen, bestaande uit elf afgevaardigden.
Het plan kreeg een gemengde ontvangst. Veel Israëlische politici beschouwden het als een pragmatische benadering van de veiligheidsvraagstukken die na 1967 waren ontstaan. Arabische staten en Palestijnse organisaties wezen het voorstel echter af, omdat het uitging van blijvende Israëlische controle over aanzienlijke delen van de bezette gebieden.
Historici beschouwen het Plan-Allon als een van de eerste systematische pogingen om een politieke oplossing te formuleren voor de status van de Westelijke Jordaanoever na 1967. Het vormde een belangrijke tussenstap in de ontwikkeling van latere Israëlische voorstellen over grenzen, veiligheid en territoriale verdeling in het Israëlisch-Palestijnse conflict.