Amelia-Augustina Briers (4 juni 1888 - 1 maart 1945) was een Belgisch verzetsstrijder die in de Tweede Wereldoorlog zich samen met haar dochter aansloot bij het verzet.
Over de jeugd van Amelia is weinig bekend. Wel is bekend dat ze 52 jaar was toen de oorlog uitbrak en dat ze op het Klein Hagelkruis in Ekeren woonde. Daarnaast trouwde ze op 30 mei 1923 Theophilus Verdurme van wie ze later gescheiden weer scheidde. Haar ouders waren Ludovicus en Amelia-Ludovica De Pauw. Op 3 augustus 1910 te Bercheù is Amelia-Augustina bevallen van haar dochter Celina Verdurme.
De dochter van Amelia haar volledige naam is Celina Ludovica Verdurme. Ze was getrouwd met Joseph Leopold Swannet maar haar man is 27 mei 1940 al gestorven, waardoor Celina op 29-jarige leeftijd al weduwe werd. Toen haar man sneuvelde is ze terug bij haar moeder komen wonen.

Tijdens de oorlog sloten Amelia en haar dochter zich aan bij het verzet, de Nationale Koningsgezinde Beweging (NKB). Dit lukte een tijdje maar op 28 maart 1944 werd ze ontdekt door twee agenten van de Sipo-SD. Op het moment dat ze opgepakt werd, waren er twee mensen ondergedoken bij haar van wie een Jood. Later die dag namen ze ook haar dochter mee. Toen ze opgepakt werden gaven moeder en dochter niet hun eigen namen op maar de namen van hun (overleden) echtgenoten op, Amelia Verdurme en Celina Swannet. Ze verbleven korte tijd in de gevangenis van de Begijnenstraat in Antwerpen. In de zomer van 1944 werd Amelia naar het concentratiekamp voor vrouwen in Ravensbrück gebracht waar ze op 1 maart 1945 overleed.
Om haar te herdenken is er een deel van het Pastorijveld in Ekeren naar haar genoemd. Dit heet nu de Amalia Briersstraat.