| Amoeba proteus | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Amoeba proteus met schijnvoetjes | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Amoeba proteus Leidy, 1878 | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Amoeba proteus is een vrijlevende amoebe die voorkomt in voedselrijk, stilstaand zoet water. De soort kan ongeveer 500 micrometer lang worden en behoort tot de bekendste soorten amoeben. Door zijn grootte en gemakkelijk waarneembare celbewegingen is de soort veel gebruikt in het biologieonderwijs en bij onderzoek naar fagocytose.
Amoeba proteus beweegt zich voort met pseudopodiën (schijnvoetjes): tijdelijke uitstulpingen van het cytoplasma. Deze ontstaan door veranderingen in het cytoskelet, waardoor de cel zich langzaam over een oppervlak kan verplaatsen. Het cytoplasma stroomt daarbij in de richting van de zich vormende schijnvoetjes. De amoebe is heterotroof en voedt zich met bacteriën, algen en andere kleine eencellige organismen, die door fagocytose worden opgenomen en in vacuolen worden verteerd.
De cel bevat een enkele celkern en een contractiele vacuole, waarmee overtollig water wordt uitgescheiden. Amoeba proteus vermenigvuldigt zich ongeslachtelijk door binaire deling. Geslachtelijke voortplanting is bij deze soort niet aangetoond.
De genoomgrootte van Amoeba proteus is lange tijd sterk overschat. Oudere onderzoeken spraken over een uitzonderlijk groot genoom van honderden miljarden basenparen (bp). Een heranalyse uit 2024 schatte de omvang echter op ongeveer 25-28 miljoen bp.
De amoebe werd waarschijnlijk voor het eerst beschreven in 1755 door August Johann Rösel von Rosenhof, die vanwege de veranderlijke vorm op de naam 'kleine Proteus' kwam. In de daaropvolgende eeuw werd de soort onder verschillende wetenschappelijke namen beschreven, waaronder Chaos diffluens. In 1878 introduceerde Joseph Leidy de huidige naam Amoeba proteus.