| Annie Pothuis | ||||
|---|---|---|---|---|
| Plaats uw zelfgemaakte foto hier | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Annie van den Brink-Pothuis | |||
| Geboren | 5 maart 1906 | |||
| Overleden | 10 maart 1956 | |||
| Land | ||||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Instrument | viool | |||
| Belangrijkste werken | Trio voor drie fluiten | |||
| ||||
Annie Pothuis (Amsterdam, 5 maart 1906 - aldaar, 10 maart 1956) was een Nederlands violiste en componiste.
Ze was dochter van diamantbewerker, later gemeenteraadslid (1907-1935) en lid van Provinciale Staten (1907-1937) Samuel Jozef Pothuis en later Eerste Kamerlid Carolina Benjamina Smit. Annie huwde in 1934 Gerard van den Brink in het Odd Fellowshuis aan de Keizersgracht. Ze overleed, wonende aan de Okeghemstraat te Amsterdam, haar man en dochter achterlatend.
Ze bezocht in eerste instantie de Hogereburgerschool en wendde zich in 1923 tot een vioolstudie. Docenten waren daarbij Felice Togni en Oskar Back. In 1931 studeerde ze af aan het Amsterdams Conservatorium, na studies bij diezelfde Togni en H. Rijnbergen (viool) en Sam Dresden en H.W. Mulder (compositieleer en harmonieleer). Ze heeft ook enige tijd les gehad van Willem Pijper en Albert Smijers. Ze gaf in de jaren dertig muziekuitvoeringen, meestal tijdens (politieke) bijeenkomsten. Daarbij sloot ze zich in 1933 aan bij het Amsterdams Muziek-Instituut van Jan Nieland, waaraan ook Herman Nieland werkte.
Ze was lid van het Koninklijk Nederlands Toonkunstenaarsverbond en het Nederlands Genootschap van Componisten.
In 1935 werden drie liederen van haar als eenvoudig en ongekunsteld genoemd. Van haar zijn bekend: