Antiprisma

zeventienhoekig antiprisma

Een -zijdig antiprisma is in de meetkunde een veelvlak, dat door een onder- en een bovenvlak wordt gevormd van twee evenwijdige kopieën van een -zijdige veelhoek, verbonden door een band van alternerende driehoeken. Boven- en ondervlak mogen daarbij ten opzichte van elkaar zijn verschoven en gedraaid. Antiprisma's zijn verwant met gewone prisma's, met als verschil dat bij een prisma boven- en ondervlak niet ten opzichte van elkaar zijn gedraaid en door parallellogrammen met elkaar worden verbonden.

Een antiprisma heet regelmatig als de veelhoek die onder- en bovenzijde vormt, een regelmatige veelhoek is. Een regelmatig antiprisma wordt recht genoemd, als de middelpunten van onder- en bovenvlak loodrecht boven elkaar liggen ten opzichte van beide vlakken.

Er ontstaat extra regelmaat als het onder- en bovenvlak van een recht antiprisma ten opzichte van elkaar over de halve hoek van de veelhoek zijn gedraaid, dus over . De zijkant van een recht antiprisma bestaat in dat geval uit een band van gelijkbenige driehoeken, een dergelijk recht antiprisma heet uniform als de zijkant bestaat uit een band van gelijkzijdige driehoeken. Een regelmatig achtvlak is het uniforme antiprisma met het minste aantal zijvlakken.

Het duale veelvlak van een antiprisma is een trapezoëder.

Formules

en
,
zodat gegeven wordt door de formule:
en
,
zodat

Hierin zijn en de secans en cosecans.

Varianten

Het uniforme antiprisma kan worden gegeneraliseerd tot uniforme antiprisma's in de ruime zin, met hoekpuntconfiguratie , met , waarbij bijvoorbeeld gelijk is aan , maar niet gelijk is aan . Het grondvlak van is sterveelhoek , die gelijk is aan . Het bovenvlak is gedraaid ten opzichte van het grondvlak en bij het doorlopen van de ribben van onder- naar bovenvlak wordt ook een draai om de verticale as van het veelvlak gemaakt over deze hoek. De voorwaarde is er omdat de lengte van de horizontale zijde van een driehoekig zijvlak langer moet zijn dan de horizontale component van de beide andere zijden.

De siamese dodecaëder benadert de vorm van een antiprisma, maar is het het niet.