Apollo 11

Apollo 11
Missie-insigne
Missie-insigne
Missiestatistieken
Missienaam Apollo 11
Call Sign (CSM) Columbia
Call Sign (LM) Eagle
Bemanning 3
Lancering 16 juli 1969
13:32:00 UTC
Kennedy Space Center
LC 39a
Maanlanding 20 juli 1969
20:17:40 UTC
0° 40' 26.69" N,
23° 28' 22.69" O
Mare Tranquillitatis
(Sea of Tranquility)
Landing 24 juli 1969
16:50:35 UTC
13° 19' N — 169° 9' W
Verblijf op maan 21 u 36 m 20 s
Duur maanwandeling 2 u 31 m 40 s
Aantal banen om de maan 30
Totale missieduur 195 u 18 m 35 s
(8 dagen, 3 uur, 18 minuten, 35 seconden)
v.l.n.r.: Armstrong, Collins, Aldrin
v.l.n.r.: Armstrong, Collins, Aldrin
Portaal  Portaalicoon   Ruimtevaart

Apollo 11 was de missie van het Apolloprogramma die de eerste mensen op de Maan zette.

De bemanning van de Apollo 11 bestond uit de astronauten Neil Armstrong, Edwin "Buzz" Aldrin en Michael Collins.

Geschiedenis

Achtergrond

President John F. Kennedy drukte op 25 mei 1961 zijn wens als volgt uit om binnen afzienbare tijd mensen op de Maan te laten landen: "I believe that this nation should commit itself to achieving the goal, before this decade is out, of landing a man on the Moon and returning him safely to the Earth." Vertaald in het Nederlands: "Ik geloof dat deze natie zich moet verplichten om het doel te bereiken om, voordat dit decennium voorbij is, een mens op de Maan te laten landen en hem veilig terug te brengen naar de Aarde."

Bemanning van de Apollo 11

De bemanning bestond uit Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins. In een bijeenkomst, die pas openbaar werd na de publicatie van Armstrongs biografie in 2005, werd het aan Armstrong overgelaten of Aldrin vervangen moest worden door Jim Lovell. Na er een nacht over geslapen te hebben, zei Armstrong dat hij Aldrin wilde aanhouden. Als reden gaf Armstrong dat hij met Aldrin altijd goed had samengewerkt. Een vervanging zou Lovell onofficieel het laagstgeklasseerde bemanningslid maken en Armstrong vond dat de voormalige commandant van Gemini 12 beter verdiende. Hij zei dat Lovell het recht had een volgende keer opnieuw commandant te zijn.

Armstrong aangesteld als eerste maanwandelaar

In maart 1969 besloot NASA dat Armstrong de eerste mens op de Maan moest worden, deels omdat de leiding hem zag als iemand zonder een groot ego. Op een persconferentie op 14 april 1969 werd het ontwerp van de maanlander als de reden gegeven waarom het Armstrong zou worden; het luik ging rechts naar binnen open waardoor het voor Aldrin, wiens werkpositie rechts in de maanlander was, moeilijk zou zijn om als eerste het toestel te verlaten. Verder vond men – puur protocollair gezien, zo werd gezegd – dat de gezagvoerder de eerste moest zijn om de maanlander te verlaten.

Begin van de missie

Op 16 juli 1969 werd de Saturnus V-raket met de LM Eagle (maanlander) en de CSM Columbia (commando- en servicemodule) gelanceerd om 13:32 UTC (9:32 uur plaatselijke tijd) van lanceerplatform 39A op het Kennedy Space Center. Armstrongs hartslag bereikte 110 slagen per minuut. De Apollocapsule was, vergeleken met die van Armstrongs eerdere Geminivluchten, ruim. De astronauten konden zich vrij bewegen, wat gezien werd als de mogelijke hoofdreden waarom niemand van de bemanning last kreeg van ruimteziekte.

Op 20 juli (UTC), op ongeveer 100 km van het maanoppervlak, scheidde de maanlander met Armstrong en Aldrin van de CSM, waarin Collins alleen achterbleef.

Mannen op de Maan

Daarna daalde Aldrin met Armstrong in de maanlander Eagle af naar het maanoppervlak, terwijl Collins achterbleef in het ruimtevaartuig Columbia. Twee minuten en 21 seconden voor de landing nam Armstrong de besturing over van de maanlander, omdat de automatische landing dreigde plaats te vinden in een gebied met veel kleine kraters en "rotsblokken zo groot als Volkswagens". Om gewicht te besparen was er niet veel brandstof aan boord.

Op een gegeven moment kreeg Armstrong bericht van NASA dat er nog voor 60 seconden brandstof in de tanks zat. Exact was dat niet op de seconde aan te geven. Er was een onzekerheidsfactor van 20 seconden. Uiteindelijk zette Armstrong de maanlander neer in een vlak gebied. NASA liet weten dat er nog voor 20 seconden brandstof over was geweest. Na de missie, terug op Aarde, werd echter berekend dat er nog voor 45 seconden brandstof in de tanks zat.

Naderhand vertelde Armstrong dat de maanlander, als de brandstof was opgeraakt, een vrije val van vijftien meter hoogte had aangekund. Als de maanlander bij die val niet meer dan vijftien graden scheef op het maanoppervlak terecht was gekomen, hadden ze veilig van het maanoppervlak kunnen opstijgen.

De maanlanding vond plaats om 20:17:39 UTC op 20 juli 1969. De schotelvormige uiteinden van de landingspoten drongen ± 5 cm in de maanbodem door; de uitlaat van de daalmotor ± 30 cm. Aldrin merkte op dat de daalmotor geen krater liet ontstaan.

Overigens beschikten de Apollo-astronauten over een prikstok, om onverhoeds wegzakken in onverwacht dikke stoflagen te voorkomen.

Eerste voet op de Maan

Het officiële NASA-vluchtplan voorzag in een rustperiode van vijf uur slaap voordat aan de maanwandeling begonnen werd, maar Armstrong verzocht om de wandeling eerder in de avond, Houstontijd, uit te voeren, omdat hij en Aldrin ervan overtuigd waren dat ze de slaap niet konden vatten. Zes uur en zesenveertig minuten later begon Armstrong aan zijn maanwandeling. De druk in de Eagle werd gelijkgemaakt aan die op de Maan, het luik werd geopend en Armstrong stapte naar buiten.

Armstrong stapt als eerste mens op de Maan (tv-beelden).

Aangekomen onderaan de ladder, zei Armstrong: "I'm going to step off the LEM now" (verwijzend naar de maanlander). Hij draaide zich om en zette zijn linkervoet op het maanoppervlak om 2:56 UTC op 21 juli 1969.

One small step

Nadat hij zijn eerste voet op de maan zette, sprak Armstrong de beroemde woorden: "That's one small step for [a] man, one giant leap for mankind", dat is: "Dat is een kleine stap voor een mens, een reuzensprong voor de mensheid".

Toen Armstrong zijn beroemde uitspraak deed, werden zijn woorden rechtstreeks uitgezonden via de Voice of America, BBC en talrijke andere televisie- en radiostations ter wereld. Geschat wordt dat 450 miljoen mensen zijn zin gehoord hebben, op een toenmalige wereldpopulatie van 3,631 miljard mensen.

"That's one small step for (a) man, one giant leap for mankind" (radio-opname)

"Man" of "a man"?

Armstrong had besloten de zin uit te spreken na een stortvloed van gedachten na de lancering. Op Aarde had hij van velen adviezen gekregen en de kranten hadden vol gestaan met voorspellingen wat hij als eerste zou gaan zeggen.

De opname had geen "a" voor "man", wat de zin tegenstrijdig maakt: man (mens of man) is in een dergelijke context synoniem aan mankind (mensheid). NASA en Armstrong hielden jarenlang vol dat de "a" toch was uitgesproken, terwijl Armstrong verklaarde dat hij nooit de fout zou hebben gemaakt om het lidwoord niet uit te spreken, maar na herhaald luisteren naar de opname gaf Armstrong toe dat hij de "a" vergeten moet hebben. Armstrong zei naderhand dat hij "hoopt dat de geschiedenis mij de ruimte toekent om het lidwoord te vergeten en begrijpt dat het zeker de intentie was om het uit te spreken, ook al is het niet gebeurd – hoewel het in werkelijkheid toch gezegd zou kunnen zijn".

Sinds 2006 wordt beweerd dat een akoestische analyse van de opnamen de aanwezigheid van de gemiste "a" aantoont. Peter Shann Ford, een computerprogrammeur uit Australië, construeerde een digitale audioanalyse en beweert dat Armstrong daadwerkelijk "a man" zei, maar dat de "a" niet hoorbaar was door de beperkingen van de toenmalige technologie. Ford en James R. Hansen, de officiële biograaf van Armstrong, gaven de bevindingen aan Armstrong en vertegenwoordigers van NASA, die hun eigen analyse maakten. Het onderzoek van Ford is overigens gepubliceerd op zijn eigen website en niet, na gecontroleerd te zijn door experts, in een wetenschappelijk tijdschrift. De linguïsten David Beaver en Mark Liberman schreven dat ze de correctheid van Fords beweringen in twijfel trekken. Hoewel Armstrong de analyse van Ford "overtuigend" vond, zei hij te prefereren dat in gedrukte citaten een "a" tussen haakjes geschreven wordt.

Purperen maanstenen

Bij wijze van grap zei Aldrin tegen Armstrong dat hij mogelijk purperen maanstenen had gevonden: Neil, didn't I say we might find some purple rocks?

Werkzaamheden op de Maan met Aldrin

Na de eerste stappen maakte Armstrong enkele foto's. Hij werd onderbroken door NASA die hem opdroeg zo snel mogelijk bodemmonsters te verzamelen, conform het werkschema. Mochten de twee om welke reden dan ook plotseling moeten terugkeren, dan hadden ze tenminste maanstenen bij zich. Hij had hiervoor een zak op kniehoogte hangen waar de monsters ingingen. Geheel ongevaarlijk was het verzamelen niet. Een miniem gat in het ruimtepak kon de dood betekenen. Een beschadiging zou hij ook kunnen oplopen als hij bij het wandelen op de grond zou vallen. De bepakking die hij droeg hielp daarbij niet, want die was net zo zwaar als zijn eigen lichaamsgewicht, maar doordat de zwaartekracht op de Maan maar een zesde deel is van die op Aarde, wogen hij en bepakking in totaal 26 kilo.

Hasselblad foto AS11-40-5903: Buzz Aldrin op de Maan, in de helmreflectie fotograaf Neil Armstrong, de vlag en de maanlander

Ongeveer een kwartier na de eerste stap, volgde Aldrin om de tweede mens te worden die voet zette op de Maan. Vervolgens begon het duo aan zijn opdracht om te onderzoeken hoe een mens zich op het maanoppervlak kan voortbewegen. Al snel werd een plakkaat onthuld om hun vlucht en landing te herdenken en plantten ze de vlag van de Verenigde Staten. Deze had aan de bovenkant een metalen staaf om hem horizontaal te houden. Doordat die niet helemaal uitgetrokken was en de vlag strak opgevouwen en verpakt was geweest, leek het alsof de vlag wapperde.

Kort na het planten van de vlag telefoneerde president Richard Nixon vanuit het Witte Huis met een vooraf samengestelde korte boodschap. Nixon sprak ongeveer een minuut, waarna Armstrong in ongeveer dertig seconden een dankwoord uitsprak.

Armstrong en Aldrin zetten vervolgens een pakket meetinstrumenten op het maanoppervlak (EASEP, Early Apollo Surface Experiment Package). Daarna liep Armstrong naar wat nu bekendstaat als de Oostkrater, een wandeling van 59 m en de langste die Armstrong of Aldrin op de Maan maakte. In totaal verzamelden ze 21,32 kilo stenen. Dit geschiedde om veiligheidsredenen met een mechanische schop. Door het zware rugpak bestond het gevaar dat de astronauten hun evenwicht zouden verliezen en een fatale val op scherpe maanstenen zouden maken. Met behulp van een boor nam Aldrin een bodemmonster tot een diepte van bijna 13 cm. Een experiment met betrekking tot het nemen van bodemmonsters ging niet door wegens tijdgebrek.

Armstrongs laatste opdracht was het achterlaten van een klein pakket gedenktekens ter nagedachtenis aan de omgekomen Sovjet-kosmonauten Joeri Gagarin en Vladimir Komarov en de Apollo 1-astronauten Gus Grissom, Ed White en Roger B. Chaffee.

Op de maan werden ongeveer honderd kleurenfoto's geschoten. De meeste fotowerkzaamheden werden uitgevoerd door Armstrong die een Hasselblad-camera gebruikte. Van Armstrong zelf zijn vijf foto's gemaakt.

In december 1969 werd als een van de eerste wetenschappelijke resultaten bekendgemaakt dat uit de genomen bodemmonsters bleek dat de maan in het verleden een vulkanische periode moet hebben gekend of aan grote hitte moet zijn blootgesteld.

Vertrek van de Maan

Om 17:54 UTC op 21 juli stegen de twee astronauten op. Ze koppelden om 21:35 UTC aan de commandomodule met Collins. Bij het opstijgen zagen ze dat de vlag door de raketmotor omver werd geblazen. De vlag is veel te klein om vanaf de aarde zichtbaar te zijn en de astronauten besloten dit incident jarenlang te verzwijgen. Pas 43 jaar later vertelde Buzz Aldrin het aan Steve Jurvetson. Inmiddels is met de Lunar Reconnaissance Orbiter vastgesteld dat de vlag inderdaad niet meer overeind staat.

Terug op Aarde

De reis eindigde op 24 juli. Om 16:21 UTC werden de commando- en servicemodule gescheiden, en een half uur later landden de drie mannen in de Grote Oceaan, waar ze werden opgepikt door de USS Hornet.

Na de splash-down van de capsule in het oceaanwater, waarbij deze aanvankelijk ondersteboven op het water dobberde en drie bolvormige ballonnen aan de top ervan het gekantelde gevaarte terug recht trokken, werden de astronauten door kikvorsmannen uit hun door het maanstof bevuilde (en vrij benarde) leefruimte gehaald. Daarbij viel op dat, zoals bij de eerdere maanmissies van Apollo 8 en Apollo 10, na het openen van het luik er een behoorlijk onfrisse lucht uit de capsule ontsnapte. Voor de astronauten zorgde de frisse oceaanlucht dan ook voor een zeer aangename verademing. Vervolgens werden de drie astronauten, alsook de capsule, vliegensvlug ontsmet omdat de vrees bestond dat microscopisch kleine levensvormen, of pathogenen, mee hadden kunnen komen van de maan. Deze ontsmettingsprocedure, uitgevoerd met behulp van twee met vloeistoffen gevulde flessen, verliep niet geheel volgens het boekje omdat er verwarring ontstond omtrent welk soort ontsmettingsmiddel voor welk doel gebruikt moest worden. Er werd zowel Betadine als Natriumhypochloriet (Sodium Hypochlorite) gebruikt. Per vergissing werden de astronauten met Natriumhypochloriet besproeid, terwijl de capsule met Betadine werd ingewreven. Deze beslissing kwam er op het laatste moment toen de drie astronauten elk hun BIG (Biological Isolation Garment) hadden aangetrokken en reeds in het aangekoppelde rubberbootje hadden plaatsgenomen dat zich langszij de capsule bevond.

Michael Collins, de Command Module Pilot van Apollo 11, ondervond het naar boven hijsen in de gele Billy Pugh net (een reddingskooi hangend aan een touw onder de helicopter) als een vrij bruuske gebeurtenis, daar de helicopterpiloot, althans volgens Collins, het ophalen van de Billy Pugh net aanzag voor een vispartijtje. Collins greep vanuit het rubberbootje de naar beneden zakkende Billy Pugh net vast, plaatste er een voet in en werd als een vis aan de haak naar omhoog getrokken. Collins vond dat het personeel aan boord van de USS Hornet, alsook de helicopterpiloot, de hele missie als afgelopen aanzag, en er bijgevolg nonchalant werd omgesprongen met het verdere verloop van de berging.

Toen Edwin Aldrin, de Lunar Module pilot, na de missie de opgewonden bevolking van zijn thuisplaneet bemerkte, kreeg hij het vreemde gevoel dat zowel hij, Neil Armstrong, alsook Michael Collins de hele gebeurtenis hadden gemist. In de ruimte en op de maan is geen drukte zoals op aarde. Aldrin had liever deelgenomen aan een van de puur wetenschappelijke missies van de J-series, tegen het eind van het Apolloprogramma, omdat de afstanden van de excursies op de maan, dankzij de Lunar Roving Vehicle (LRV), veel groter waren en de bevolking op aarde al helemaal niet meer zo opgewonden was. De wetenschapper in Aldrin had een afkeer van de feestelijkheden en de stresserende wereldtournee na de relatief kortdurende missie van Apollo 11.

Eugene Cernan, die aan de voorafgaande maanmissie van Apollo 10 had deelgenomen, zonder daarbij op de maan te landen, vond Edwin Aldrin's gedrag na Apollo 11 bizar, omdat hij (Aldrin) het vervelend vond dat hij niet als eerste het maanoppervlak mocht betreden, maar wel Neil Armstrong. Cernan vond dat Aldrin behoorlijk blij mocht zijn dat hij door Donald Slayton werd uitgekozen om als tweede astronaut de maan te betreden. Het overgrote deel van de wereldbevolking is zo'n bijzondere ervaring niet gegund. Ook vond Cernan dat Aldrin's ruimtewandeling tijdens de missie van Gemini 12 piece-of-cake was in vergelijking met zijn eigen hachelijke en bijna fatale ruimtewandeling tijdens Gemini 9A.

De commandmodule Columbia staat tentoongesteld in het National Air and Space Museum te Washington D.C. De stijgtrap van de maanlander Eagle is op een onbekende plek op de Maan te pletter geslagen, de daaltrap staat nog altijd onaangeroerd op haar oorspronkelijke landingsplaats.

Tijdens deze missie werd een laserretroreflector geplaatst. Hiermee kon en kan NASA meten dat de afstand tussen de Maan en de Aarde jaarlijks met 3,8 centimeter toeneemt. Het apparaat werkt nog steeds.

Maanwandeling

Missie Maanwandelaars Start Einde Duur Missie
EVA1 Apollo 11 Neil Armstrong
Buzz Aldrin
21 juli 1969
02:56 UTC
21 juli 1969
05:27 UTC
2 uur en 31 minuten allereerste wandeling op de maan

Foto's van de missie

Trivia

Ter gelegenheid van de 40ste verjaardag van de eerste bemande maanlanding, ontvangt president Barack Obama de bemanning van Apollo 11 in het Witte Huis; van links naar rechts, Buzz Aldrin, Michael Collins en Neil Armstrong

Apollo 11 in de populaire cultuur

Zie ook

Zie de categorie Apollo 11 van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.