| Bharatiya Janata-partij | ||||
|---|---|---|---|---|
| Personen | ||||
| Partijleider | Nitin Nabin | |||
| Zetels | ||||
| Lok Sabha | 240 / 543 | |||
| Geschiedenis | ||||
| Opgericht | 6 april 1980 | |||
| Algemene gegevens | ||||
| Actief in | ||||
| Hoofdkantoor | New Delhi | |||
| Aantal leden | 180.000.000 (2019) | |||
| Richting | Rechts | |||
| Ideologie | Hindoenationalisme, Hindoetva, Conservatisme | |||
| Kleuren | Oranje | |||
| Afkorting | BJP, பாஜக, బిజెపి, বিজেপি, भाजप, भाजपा, ભાજપ, ਭਾਜਪਾ | |||
| Internationale organisatie | IDU | |||
| https://www.bjp.org/ | ||||
| ||||
De Bharatiya Janata-partij (Engels: Bharatiya Janata Party, afgekort BJP; Hindi: भारतीय जनता पार्टी, letterlijk Indiase Volkspartij) is een hindoenationalistische en conservatieve politieke partij in India. Samen met het Indian National Congress behoort de BJP tot de belangrijkste politieke partijen van het land. Sinds 2014 vormt zij de belangrijkste partij in de Indiase regering, onder leiding van premier Narendra Modi.
De BJP werd op 6 april 1980 opgericht en is voortgekomen uit de politieke stroming rond de Bharatiya Jana Sangh, die in 1951 werd gesticht. De partij onderhoudt historische en ideologische banden met de Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS), een hindoenationalistische vrijwilligersorganisatie. Beide organisaties maken deel uit van de bredere Sangh Parivar, een netwerk van organisaties dat het hindoetva uitdraagt.
Bij de parlementsverkiezingen van 2024 won de BJP 240 van de 543 zetels in de Lok Sabha, het lagerhuis van het Indiase parlement. Daarmee verloor de partij haar zelfstandige meerderheid, maar kon Modi een derde regering vormen dankzij de steun van coalitiepartners binnen de National Democratic Alliance (NDA).
Sinds 20 januari 2026 is Nitin Nabin de landelijke voorzitter van de BJP. Hij volgde J. P. Nadda op, die de functie sinds 2020 had bekleed.
De oorsprong van de BJP ligt bij de Bharatiya Jana Sangh, die in 1951 werd opgericht door Syama Prasad Mukherjee. Deze partij vertegenwoordigde een politieke stroming die de hindoeïstische culturele identiteit een centrale plaats wilde geven in de ontwikkeling van India. De Jana Sangh had nauwe banden met de Rashtriya Swayamsevak Sangh, waarvan leden en vrijwilligers betrokken waren bij de partijorganisatie.
Tijdens de noodtoestand van 1975 tot 1977, afgekondigd door premier Indira Gandhi, behoorden politici van de Jana Sangh tot de oppositie tegen de regering. Na afloop van de noodtoestand ging de partij samen met verschillende andere oppositiepartijen op in de Janata Party. Deze nieuwe partij versloeg in 1977 de Congrespartij en vormde een regering onder premier Morarji Desai.
Binnen de Janata Party ontstonden vervolgens conflicten, onder meer over de banden van voormalige Jana Sangh-politici met de RSS. Nadat de samenwerking uiteenviel, richtten voormalige leden op 6 april 1980 de Bharatiya Janata-partij op.
Atal Bihari Vajpayee werd de eerste voorzitter. De nieuwe partij probeerde aanvankelijk een breder politiek profiel te ontwikkelen, waarin onder meer democratische waarden en een vorm van door Gandhi geïnspireerd socialisme werden benadrukt.
Bij de parlementsverkiezingen van 1984 behaalde de BJP slechts twee zetels in de Lok Sabha. In de daaropvolgende jaren kreeg het hindoenationalisme een prominentere plaats in haar politieke campagnes.
Lal Krishna Advani, die in 1986 partijvoorzitter werd, speelde een belangrijke rol bij deze ontwikkeling. De partij zette zich onder meer in voor de bouw van een hindoetempel op de plaats van de Babri Masjid in Ayodhya. De moskee werd in december 1992 door een menigte hindoeactivisten verwoest, wat in India tot ernstige religieuze spanningen en geweld leidde.
De BJP groeide ondertussen uit tot een belangrijke nationale partij. In 1996 werd zij voor het eerst de grootste partij in de Lok Sabha. Vajpayee vormde daarop een regering, maar moest na dertien dagen aftreden omdat hij niet over voldoende parlementaire steun beschikte.
Na de verkiezingen van 1998 werd Vajpayee opnieuw premier. Zijn regering viel in 1999, waarna vervroegde verkiezingen werden gehouden. De BJP kon vervolgens met haar coalitiepartners een nieuwe regering vormen, die tot 2004 aanbleef.
Bij de verkiezingen van 2004 verloor de door de BJP geleide coalitie de macht aan de United Progressive Alliance, geleid door de Congrespartij.
De BJP bleef een van de belangrijkste oppositiepartijen. Bij de verkiezingen voor de Lok Sabha van 2009 behaalde zij 116 van de 543 zetels, minder dan de 138 zetels die zij in 2004 had gewonnen.
In de daaropvolgende jaren groeide de politieke invloed van Narendra Modi, die sinds 2001 minister-president van de deelstaat Gujarat was. Zijn bestuur legde de nadruk op economische ontwikkeling en infrastructuur, maar bleef ook onderwerp van discussie vanwege de behandeling van religieuze minderheden en het geweld in Gujarat in 2002.
Modi werd de belangrijkste kandidaat van de BJP voor de landelijke verkiezingen van 2014.
Bij de verkiezingen van 2014 won de BJP 282 van de 543 zetels in de Lok Sabha en verkreeg daarmee een zelfstandige parlementaire meerderheid. Het was voor het eerst sinds 1984 dat één politieke partij een meerderheid in het Indiase lagerhuis behaalde.
Modi werd op 26 mei 2014 beëdigd als premier. De BJP regeerde daarnaast samen met verschillende regionale partijen binnen de National Democratic Alliance.
De regering voerde onder meer economische en bestuurlijke hervormingen door. Daaronder vielen de invoering van een landelijke goederen- en dienstenbelasting en programma's gericht op infrastructuur, digitalisering en toegang tot financiële dienstverlening.
Bij de verkiezingen van 2019 behaalde de BJP 303 zetels en breidde zij haar meerderheid verder uit.
In augustus 2019 trok de Indiase regering de bijzondere constitutionele status van Jammu en Kasjmir in. De maatregel was al lange tijd een doelstelling van de BJP. Voorstanders beschouwden haar als een stap naar verdere nationale integratie, terwijl tegenstanders kritiek uitten op de beperkte autonomie van het gebied en de gevolgen voor de burgerrechten.
Tijdens de tweede regering-Modi kreeg de politieke koers van de BJP ook internationaal aandacht vanwege haar beleid ten aanzien van religieuze identiteit, minderheden en nationale veiligheid.
Bij de landelijke verkiezingen van 2024 bleef de BJP de grootste partij in de Lok Sabha, maar verloor zij 63 zetels ten opzichte van 2019. Met 240 zetels kwam zij onder de grens van 272 zetels die voor een zelfstandige meerderheid nodig is.
De National Democratic Alliance behaalde gezamenlijk wel een parlementaire meerderheid. Modi kon daardoor voor de derde achtereenvolgende keer premier worden, maar zijn regering werd sterker afhankelijk van de steun van regionale coalitiepartners.
Onafhankelijke analyses wezen bij de verkiezingsuitslag op uiteenlopende factoren, waaronder economische onzekerheid, de werkgelegenheid, regionale politieke verhoudingen en onvrede onder delen van het electoraat.
In januari 2026 werd Nitin Nabin, afkomstig uit de deelstaat Bihar, gekozen tot partijvoorzitter. Daarmee volgde hij J.P. Nadda op. Zijn benoeming werd binnen de partij gepresenteerd als een vernieuwing van het leiderschap, met bijzondere aandacht voor jongere kiezers.
Het hindoenationalisme vormt een belangrijk onderdeel van de ideologie van de BJP. De partij onderschrijft het begrip hindoetva, dat de hindoeïstische culturele identiteit beschouwt als een fundamenteel element van de Indiase natie.
Hindoetva is niet gelijk aan het hindoeïsme als religie. Het begrip verwijst naar een politieke en culturele stroming die de nationale identiteit van India nadrukkelijk verbindt met de geschiedenis en tradities van het hindoeïsme.
De BJP benadrukt nationale eenheid, cultureel erfgoed en veiligheid. In haar politieke programma's combineert zij deze uitgangspunten met conservatieve maatschappelijke opvattingen en economische ontwikkelingsdoelstellingen.
Critici menen dat het hindoenationalistische beleid de positie van religieuze minderheden, in het bijzonder moslims en christenen, kan verzwakken. De partij stelt daartegenover dat haar beleid gericht is op nationale ontwikkeling en gelijke kansen voor alle burgers.
De economische koers van de BJP combineert steun aan ondernemerschap, investeringen en infrastructuur met overheidsprogramma's voor sociale voorzieningen en economische ontwikkeling.
Onder Modi heeft de regering onder meer ingezet op digitalisering, binnenlandse productie, uitbreiding van de infrastructuur en het aantrekken van investeringen.
De partij benadrukt daarnaast de rol van het gezin, maatschappelijke orde en nationale tradities. Haar standpunten worden doorgaans tot de rechterzijde van het Indiase politieke spectrum gerekend.
De BJP heeft een landelijke partijorganisatie met afdelingen op deelstaat-, districts- en lokaal niveau. De nationale voorzitter is verantwoordelijk voor de organisatorische leiding. De partij beschikt daarnaast over een parlementaire leiding en verschillende organisaties voor specifieke doelgroepen.
De jongerenorganisatie is de Bharatiya Janata Yuva Morcha. De partij is ook verbonden met andere organisaties binnen de Sangh Parivar, waaronder de Rashtriya Swayamsevak Sangh.
Hoewel de BJP en de RSS organisatorisch van elkaar verschillen, bestaan er nauwe historische en ideologische banden. Verschillende prominente BJP-politici waren eerder actief binnen de RSS.
De BJP is internationaal aangesloten bij de Internationale Democratische Unie.
De onderstaande tabel toont de resultaten van de BJP bij de landelijke parlementsverkiezingen sinds 2004. Het gaat om het aantal door de partij zelf behaalde zetels in de Lok Sabha, niet om het totaal van de zetels van haar coalitiepartners.
| Jaar | Zetels | Politieke positie na de verkiezingen |
|---|---|---|
| 2004 | 138 | Oppositie |
| 2009 | 116 | Oppositie |
| 2014 | 282 | Regeringspartij met zelfstandige meerderheid |
| 2019 | 303 | Regeringspartij met zelfstandige meerderheid |
| 2024 | 240 | Regeringspartij binnen de NDA-coalitie |
De partij behaalde in 2014 voor het eerst een zelfstandige meerderheid en wist die in 2019 uit te breiden. In 2024 verloor zij deze meerderheid, hoewel de National Democratic Alliance voldoende zetels behield om een regering te vormen.
Het beleid van de BJP en de regeringen onder Narendra Modi heeft geleid tot debatten over godsdienstvrijheid, de positie van minderheden, de onafhankelijkheid van instellingen en de bescherming van burgerrechten.
Critici beschuldigen de regering onder meer van het bevorderen van een hindoeïstische nationale identiteit ten koste van de religieuze en culturele diversiteit van India. De BJP betwist dat haar beleid op discriminatie is gericht en benadrukt nationale eenheid en economische ontwikkeling.
Ook de onafhankelijkheid van verkiezings- en rechtsstatelijke instellingen is onderwerp van politieke discussie.
In 2026 ontstonden protesten tegen een grootschalige herziening van de kieslijsten. Oppositiepartijen en activisten, onder wie deelnemers aan de Kakkerlakkenbeweging, beschuldigden de verantwoordelijke autoriteiten ervan dat de herziening kiezers zou kunnen uitsluiten en de regeringspartij zou bevoordelen. De BJP en de kiescommissie wezen de beschuldigingen van politieke manipulatie van de hand.