United Progressive Alliance UPA | ||
|---|---|---|
| Locatie | ||
| Hoofdkantoor | New Delhi, India | |
| Industrie en producten | ||
| Doel | Politieke samenwerking en regeringsvorming | |
| Status en tijdlijn | ||
| Opgericht | 2004 | |
| Opgeheven | juli 2023 | |
| Organisatiestructuur | ||
| Type | Politieke coalitie | |
| Voorzitter | Sonia Gandhi | |
De United Progressive Alliance (UPA, Nederlands: Verenigde Progressieve Alliantie) was een Indiase coalitie van politieke partijen onder leiding van de Indian National Congress (Congrespartij). De alliantie ontstond na de parlementsverkiezingen van 2004 als samenwerkingsverband van voornamelijk centrum- en centrumlinkse partijen, aangevuld met regionale partijen met uiteenlopende politieke achtergronden.
Van 2004 tot 2014 vormde de UPA de nationale regering onder premier Manmohan Singh. Sonia Gandhi, destijds voorzitter van de Congrespartij, leidde de coalitie. De UPA was de belangrijkste politieke tegenstander van de door de Bharatiya Janata-partij (BJP) geleide National Democratic Alliance (NDA).
Na de verkiezingsnederlaag van 2014 bleef de UPA als oppositieverband bestaan. Op 18 juli 2023 werd een bredere oppositiecoalitie aangekondigd onder de naam Indian National Developmental Inclusive Alliance (INDIA), waarmee de UPA als overkoepelend landelijk samenwerkingsverband werd opgevolgd.
De United Progressive Alliance ontstond na de Indiase parlementsverkiezingen van 2004. Bij die verkiezingen verloor de door premier Atal Bihari Vajpayee geleide National Democratic Alliance onverwacht haar meerderheid. De Congrespartij werd met 145 zetels de grootste afzonderlijke partij van de nieuwe coalitie, maar beschikte niet over voldoende zetels om zelfstandig te regeren.
Onder leiding van Sonia Gandhi begon de Congrespartij onderhandelingen met verschillende regionale en centrumlinkse partijen. Daarbij speelde ook de communistische politicus Harkishan Singh Surjeet een belangrijke rol, omdat de linkse partijen bereid waren de nieuwe regering van buitenaf te steunen.
Tot de oorspronkelijke coalitiepartners behoorden onder meer de Dravida Munnetra Kazhagam (DMK), de Rashtriya Janata Dal (RJD), de Nationalist Congress Party (NCP), de Lok Janshakti Party (LJP) en de Jharkhand Mukti Morcha (JMM). De samenstelling van de alliantie veranderde later regelmatig.
De coalitie stelde een gezamenlijk minimumprogramma op, het National Common Minimum Programme. Daarin werden afspraken gemaakt over economisch beleid, armoedebestrijding, sociale voorzieningen, onderwijs en de bescherming van het seculiere karakter van de Indiase staat.
Sonia Gandhi werd voorzitter van de alliantie, maar stelde zich niet beschikbaar voor het premierschap. De voormalige minister van Financiën Manmohan Singh werd aangewezen als regeringsleider. Op 22 mei 2004 werd hij beëdigd als premier.
De eerste regering van de UPA was afhankelijk van de steun van verschillende partijen buiten de coalitie, in het bijzonder de communistische partijen die samenwerkten binnen het Left Front.
De regering voerde verschillende maatregelen door op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs, bestuur en sociale bescherming.
Een belangrijke hervorming was de Right to Information Act uit 2005, die burgers ruimere mogelijkheden gaf om informatie van overheidsinstanties op te vragen. De wet werd gepresenteerd als een middel om de openbaarheid en controleerbaarheid van het bestuur te versterken.
Daarnaast werd in 2005 de National Rural Employment Guarantee Act aangenomen. Deze wet bood huishoudens op het platteland onder bepaalde voorwaarden recht op maximaal honderd dagen betaald werk per jaar. De uitvoering begon in 2006. Het programma was bedoeld om de inkomenszekerheid van plattelandsgezinnen te versterken.
Een belangrijk conflict binnen de samenwerking ontstond rond het nucleaire akkoord tussen India en de Verenigde Staten. De regering van Manmohan Singh wilde de internationale samenwerking op het gebied van civiele kernenergie uitbreiden.
De linkse partijen die de UPA van buitenaf steunden, waren tegen het akkoord. Zij vreesden dat India daardoor politiek en strategisch afhankelijker zou worden van de Verenigde Staten.
Na langdurige onderhandelingen trokken de communistische partijen in juli 2008 hun parlementaire steun in. De regering verloor daardoor haar vaste meerderheid, maar overleefde op 22 juli 2008 een vertrouwensstemming met steun van andere partijen, waaronder de Samajwadi Party.
Het conflict maakte duidelijk hoe afhankelijk de UPA was van samenwerking tussen partijen met uiteenlopende ideologische en buitenlandse-politieke standpunten.
Bij de parlementsverkiezingen van 2009 behaalde de Congrespartij 206 zetels, tegenover 145 in 2004. Daardoor kon de UPA een tweede regering vormen onder leiding van Manmohan Singh.
De nieuwe coalitie was minder afhankelijk van de communistische partijen dan tijdens de eerste regeringsperiode. De regering zette bestaande sociale programma's voort en voerde nieuwe maatregelen in op het gebied van onderwijs, voedselzekerheid en economische ontwikkeling.
Tijdens de tweede regeringsperiode werd onder meer de National Food Security Act van 2013 aangenomen. Deze wet voorzag in een wettelijk kader voor de verstrekking van gesubsidieerde voedingsmiddelen aan grote groepen inwoners.
De regeringsperiode werd ook gekenmerkt door beschuldigingen van corruptie en bestuurlijke tekortkomingen, onder meer rond de verdeling van telecommunicatielicenties en steenkoolconcessies. Deze kwesties leidden tot parlementaire onderzoeken, rechtszaken en politieke conflicten. Niet alle beschuldigingen resulteerden in veroordelingen.
De politieke positie van de UPA verzwakte daarnaast doordat coalitiepartners zich terugtrokken. De All India Trinamool Congress (AITC) verliet de samenwerking in 2012, gevolgd door de Dravida Munnetra Kazhagam in 2013.
Bij de parlementsverkiezingen van 2014 leed de Congrespartij een zware nederlaag. Zij behaalde slechts 44 zetels, terwijl de Bharatiya Janata-partij onder leiding van Narendra Modi met 282 zetels een zelfstandige meerderheid verwierf.
De door de BJP geleide National Democratic Alliance nam de regering over. Manmohan Singh trad op 26 mei 2014 af als premier en werd opgevolgd door Modi.
De nederlaag betekende het einde van tien jaar UPA-regeringen. De Congrespartij en verschillende voormalige coalitiepartners gingen verder als oppositiepartijen.
Na 2014 bleef de UPA bestaan als samenwerkingsverband van de Congrespartij en enkele regionale bondgenoten. Het belang van de coalitie verschilde per deelstaat en per verkiezing, omdat lokale politieke verhoudingen regelmatig tot andere samenwerkingsafspraken leidden.
Bij de verkiezingen van 2019 verloor de Congrespartij opnieuw van de BJP. De partij behaalde 52 zetels, terwijl de BJP haar zelfstandige meerderheid uitbreidde tot 303 zetels.
In de jaren daarna ontstond binnen de oppositie de wens om een breder samenwerkingsverband te vormen dat ook partijen buiten de traditionele UPA zou omvatten.
Op 18 juli 2023 kondigden 26 oppositiepartijen tijdens een bijeenkomst in Bengaluru de oprichting aan van de Indian National Developmental Inclusive Alliance, afgekort INDIA.
Het nieuwe verband moest de samenwerking tegen de door Modi geleide National Democratic Alliance versterken in aanloop naar de verkiezingen van 2024. De UPA werd daarmee als landelijk oppositieverband opgevolgd, hoewel de afzonderlijke partijen bleven bestaan.
De United Progressive Alliance was geen zelfstandige politieke partij, maar een coalitie van verschillende nationale en regionale partijen. De Indian National Congress vormde gedurende haar bestaan de belangrijkste deelnemer.
De coalitie omvatte zowel partijen met een sociaal-democratische of centrumlinkse oriëntatie als partijen die vooral regionale, taalkundige of maatschappelijke belangen vertegenwoordigden.
De UPA positioneerde zich tegenover het hindoenationalisme van de BJP en benadrukte onder meer het seculiere karakter van de Indiase staat, economische ontwikkeling, sociale voorzieningen en de belangen van achtergestelde bevolkingsgroepen.
De onderstaande tabel bevat een selectie van partijen die tijdens een of meer perioden deelnamen aan de UPA. Het betreft geen volledige ledenlijst; de samenstelling van de coalitie veranderde regelmatig.
| Partij | Afkorting | Toelichting |
|---|---|---|
| Indian National Congress | INC | Grootste partij en leider van de coalitie |
| Nationalist Congress Party | NCP | Belangrijke coalitiepartner vanaf 2004 |
| Dravida Munnetra Kazhagam | DMK | Regionale partij uit Tamil Nadu; verliet de UPA in 2013 |
| Rashtriya Janata Dal | RJD | Regionale partij met een sterke basis in Bihar |
| Jharkhand Mukti Morcha | JMM | Regionale partij uit Jharkhand |
| Lok Janshakti Party | LJP | Coalitiepartner tijdens de eerste regeringsperiode |
| All India Trinamool Congress | AITC | Verliet de UPA in 2012 |
| Telangana Rashtra Samithi | TRS | Verliet de UPA in 2006 |
| Pattali Makkal Katchi | PMK | Regionale partij uit Tamil Nadu |
| Indian Union Muslim League | IUML | Politieke partij met een sterke basis in Kerala |
De linkse partijen die de eerste UPA-regering van buitenaf steunden, waaronder de Communistische Partij van India (marxistisch), waren geen gewone coalitiepartners. Hun parlementaire steun was wel van groot belang voor de regeringsvorming en de uitvoering van het gezamenlijke minimumprogramma.
De volgende tabel toont de zetelaantallen van de Congrespartij, de grootste partij binnen de UPA, bij de landelijke verkiezingen gedurende het bestaan van de coalitie. Het gaat nadrukkelijk niet om de gezamenlijke zetelaantallen van alle UPA-partijen.
| Jaar | Zetels Congrespartij | Politieke positie na de verkiezingen |
|---|---|---|
| 2004 | 145 | Regeringspartij binnen de UPA |
| 2009 | 206 | Regeringspartij binnen de UPA |
| 2014 | 44 | Oppositie |
| 2019 | 52 | Oppositie |
Tijdens de verkiezingen van 2004 en 2009 vormde de UPA een regering onder Manmohan Singh. Na de nederlaag van 2014 verloor het verband zijn regeringsmacht.
De UPA speelde een belangrijke rol in de Indiase politiek doordat zij tussen 2004 en 2014 twee opeenvolgende coalitieregeringen vormde.
De eerste regering werd onder meer gekenmerkt door wetgeving op het gebied van toegang tot overheidsinformatie en werkgelegenheid op het platteland. De tweede regering zette verschillende sociale programma's voort, maar kreeg ook te maken met politieke conflicten en beschuldigingen van corruptie.
Het ontstaan en functioneren van de UPA illustreert het belang van coalitievorming in India, waar nationale partijen vaak afhankelijk zijn van regionale bondgenoten om een parlementaire meerderheid te bereiken.
De oprichting van de INDIA-coalitie in 2023 markeerde een nieuwe fase in de samenwerking tussen oppositiepartijen. Daarbij sloten ook partijen zich aan die eerder buiten de UPA hadden gestaan.