BUNCH was de bijnaam voor de groep concurrenten van IBM op de markt van de mainframes in de jaren 70. De naam is afgeleid van de namen van de vijf bedrijven: Burroughs, UNIVAC, NCR, Control Data Corporation (CDC) en Honeywell. Deze bedrijven werden gegroepeerd omdat het marktaandeel van IBM veel groter was dan dat van al zijn concurrenten bij elkaar.
In de jaren 60 stonden IBM en deze vijf computerfabrikanten, samen met RCA en General Electric (GE), bekend als "IBM en de zeven dwergen". De beschrijving van IBM's concurrenten veranderde nadat GE zijn computeractiviteiten in 1970 verkocht aan Honeywell en RCA zijn computeractiviteiten in 1971 verkocht aan Sperry (die eigenaar was van UNIVAC), waardoor er slechts vijf "dwergen" overbleven. De initialen van de bedrijven leenden zich dus voor een nieuw acroniem, BUNCH. International Data Corporation schatte in 1984 dat BUNCH minder dan 2 miljard dollar van de geschatte 11,4 miljard dollar aan mainframecomputerverkopen dat jaar zou ontvangen, waarbij IBM het grootste deel van de rest zou ontvangen. IBM domineerde de mainframemarkt zozeer dat waarnemers verwachtten dat BUNCH zou fuseren of de industrie zou verlaten. BUNCH volgde IBM op de microcomputermarkt met hun eigen pc-compatibele computers, maar in tegenstelling tot IBM was de BUNCH-groep niet snel genoeg om zich aan te passen aan de detailhandel van kleinere computers.
Digital Equipment Corporation (DEC), ooit de op één na grootste in de sector, werd samengevoegd met BUNCH als DeBUNCH.
Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel BUNCH op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.