| Bijzondere Wet Hervorming Instellingen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Citeertitel | Bijzondere Wet Hervorming Instellingen | |||
| Titel | Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen | |||
| Afkorting | BWHI | |||
| Soort regeling | Bijzondere wet | |||
| Toepassingsgebied | ||||
| Rechtsgebied | Staatsrecht | |||
| Status | In werking | |||
| Goedkeuring en inwerkingtreding | ||||
| Aangenomen door | Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat | |||
| Ondertekend op | 8 augustus 1980 | |||
| Gepubliceerd op | 15 augustus 1980 | |||
| Gepubliceerd in | Belgisch Staatsblad | |||
| In werking getreden op | 1 oktober 1980 | |||
| Geschiedenis | ||||
| Wijzigingen | Externe lijst | |||
| Lees online | ||||
| Bijzondere Wet Hervorming Instellingen | ||||
| ||||
De Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen (BWHI) is de belangrijkste bijzondere wet in het Belgisch recht. Het bevat de basisregels van de werking van de gemeenschappen en gewesten.
Deze bijzondere wet is het werkinstrument bij uitstek van de tweede staatshervorming (1980). Hierin wordt de werking van de instellingen van de Vlaamse en de Franse Gemeenschappen en van het Vlaamse en het Waalse Gewest beschreven en zijn hun bevoegdheden ook opgenomen (voor zover dit niet opgenomen is in de Belgische Grondwet). De artikelen uit de Bijzondere Wet met betrekking tot de Brusselse Instellingen en de Wet tot Hervorming der Instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap verwijzen vaak gewoon naar de BWHI, zodat een wijziging van de bevoegdheden in de BWHI ipso facto ook geldt voor de Duitstalige Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De bijzondere wet werd aangenomen op 8 augustus 1980 en verscheen in het Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1980. Overeenkomstig haar artikel 95 trad ze in werking op 1 oktober 1980. Sedertdien werd ze meermaals gewijzigd.
De Grondwet stelt dat de gemeenschappen in het algemeen bevoegd zijn voor de culturele aangelegenheden, het onderwijs, de persoonsgebonden aangelegenheden en het gebruik van de talen. Daarnaast zijn ze ook steeds bevoegd voor de samenwerking tussen de gemeenschappen, alsook de internationale samenwerking, met inbegrip van het sluiten van verdragen voor deze aangelegenheden. De begrippen "culturele aangelegenheden" en "persoonsgebonden aangelegenheden" moeten volgens de Grondwet verder uitgewerkt worden in een bijzondere wet. Dit gebeurde in art. 4 en 5 BWHI.
De culturele aangelegenheden bedoeld in de Grondwet zijn:
De bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap omvatten de bevoegdheid om Brussel te promoten op nationaal en internationaal niveau (zesde staatshervorming)
De Grondwet stelt dat de gemeenschappen bevoegd zijn voor het onderwijs, met uitsluiting van:
De persoonsgebonden aangelegenheden bedoeld in de Grondwet, betreffen het gezondheidsbeleid en de bijstand aan personen.
a) hun erkenning met naleving van de door de federale overheid bepaalde erkenningsvoorwaarden; b) hun contingentering, rekening houdende, in voorkomend geval, met het globale aantal dat de federale overheid per gemeenschap jaarlijks kan vastleggen voor de toegang van elk van de gezondheidszorgberoepen;
De federale overheid blijft evenwel bevoegd voor :
Elk voorontwerp of voorstel van decreet, elk amendement op een ontwerp of voorstel van decreet, evenals ieder ontwerp van besluit van een gemeenschap met als doel om de erkenningsnormen van ziekenhuizen, ziekenhuisdiensten, zorgprogramma's en ziekenhuisfuncties vast te leggen, wordt voor verslag voorgelegd aan de algemene vergadering van het Rekenhof zodat zij de gevolgen op korte en lange termijn op de begroting van de federale overheid en van de sociale zekerheid evalueert.
Dit verslag wordt ook overgemaakt aan de federale regering evenals aan alle gemeenschapsregeringen.
Na verplicht advies te hebben ingewonnen van het Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering en de bevoegde administratie van de betrokken gemeenschap en na, in voorkomend geval, het facultatief advies te hebben ingewonnen van het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg, brengt de algemene vergadering van het Rekenhof binnen de twee maanden na de ontvangst van het voorontwerp, het voorstel, het amendement of het ontwerp een omstandig verslag uit met betrekking tot de gevolgen van deze normen, op korte en lange termijn, op de begroting van de federale overheid en van de sociale zekerheid. Deze termijn kan met één maand worden verlengd.
Dit verslag wordt meegedeeld door het Rekenhof aan de aanvrager van het verslag, aan de federale regering en aan alle gemeenschapsregeringen.
Indien het verslag stelt dat het aannemen van deze normen, op korte of lange termijn, een negatieve impact heeft voor de begroting van de federale overheid en van de sociale zekerheid, zal een overleg plaatsvinden tussen de federale regering en de gemeenschapsregeringen op vraag van de federale regering of de betrokken gemeenschapsregering. Indien dit overleg niet tot een akkoord leidt, zullen de normen onderworpen worden aan het akkoord van de federaal bevoegde ministers of aan het akkoord van de Ministerraad indien een van zijn leden de evocatie van het dossier vraagt.
Indien het verslag niet wordt gegeven binnen de termijn van twee maanden, verlengd met één maand, kan het overleg zoals bepaald in het zevende lid plaatsvinden op initiatief van de betrokken gemeenschapsregering of de federale regering.
Het Rekenhof stelt elk jaar een omstandig verslag op dat betrekking heeft op de weerslag, tijdens het vorige begrotingsjaar, van de van kracht zijnde erkenningsnormen van de gemeenschappen op de begroting van de federale overheid en van de sociale zekerheid. Dit verslag wordt meegedeeld aan de federale regering en aan de gemeenschapsregeringen.
III. De organisatie, de werking en de opdrachten van de justitiehuizen en van de bevoegde dienst die de uitwerking en de opvolging van het elektronisch toezicht verzekert. Niettemin bepaalt de federale overheid de opdrachten die de justitiehuizen of, in voorkomend geval, de andere diensten van de gemeenschappen die deze overnemen, uitoefenen in het kader van de gerechtelijke procedure of de uitvoering van gerechtelijke beslissingen.
§ 2. De Gemeenschapsregeringen brengen de bevoegde federale overheid op de hoogte van hun beslissingen inzake erkenning, sluiting en investeringen betreffende de aangelegenheden bedoeld in § 1, I, 1° (het beleid betreffende de zorgenverstrekking in en buiten de verplegingsinrichtingen).
§ 3. Er wordt een overlegorgaan voor het gezondheidsbeleid opgericht in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.
Dit overlegorgaan groepeert de vertegenwoordigers van de Gemeenschapsregeringen en van de bevoegde federale overheid.
Zijn samenstelling en opdrachten worden bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Dit koninklijk besluit zal toezien op de aanwezigheid van vertegenwoordigers van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.
Artikel 129 van de Grondwet zegt dat de Vlaamse en Franse Gemeenschappen bevoegd zijn voor het gebruik van de talen in:
De Gemeenschappen moeten hierbij echter onder meer de federale taalwetgeving respecteren.
De bevoegdheden van de gewesten zijn nauwelijks geregeld in de Grondwet. Dit wordt volledig overgelaten aan de bijzondere wet, waardoor de bevoegdheden nu vervat liggen in art. 6 BWHI, het langste artikel in het Belgisch recht en waarschijnlijk van heel Europa.
De gewestelijke bevoegdheden hebben betrekking op volgende terreinen:
De huisvesting en de politie van woongelegenheden die gevaar opleveren voor de openbare reinheid en gezondheid.
Onverminderd de federale bevoegdheid inzake:
De gemeenschappen en gewesten zijn bevoegd voor het wetenschappelijk onderzoek in het raam van hun respectieve bevoegdheden, met inbegrip van het onderzoek ter uitvoering van internationale of supranationale overeenkomsten of akten.
De federale overheid is evenwel bevoegd voor:
Onverminderd de bevoegdheden van de gemeenschappen en gewesten kan de nationale overheid initiatieven nemen, structuren opzetten en in financiële middelen voorzien voor het wetenschappelijk onderzoek in de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de gemeenschappen of de gewesten behoren, en dat bovendien:
Elke gemeenschap en elk gewest kunnen iedere deelneming weigeren wat hen betreft en wat de instellingen aangaat die onder hun bevoegdheid ressorteren.
Onderdelen van de ontwikkelingssamenwerking worden vanaf 1 januari 2004 overgeheveld in zoverre ze betrekking hebben op de gemeenschaps- en gewestbevoegdheden.
De betrokken regeringen moeten onderling overleg plegen wat betreft:
De betrokken gewestregeringen en de federale overheid plegen onderling overleg voor de voorbereiding van de onderhandelingen en de beslissingen, alsmede voor het opvolgen van de activiteiten van de Europese instellingen die betrekking hebben op het landbouwbeleid
Er wordt overleg gepleegd tussen de betrokken regeringen en de federale overheid:
Er wordt overleg gepleegd tussen de betrokken regeringen en de federale overheid over:
De regeringen worden betrokken bij:
De federale overheid en de betrokken Gewestregeringen bepalen in overleg de wijze waarop het beleid inzake in-, uit-, en doorvoer van afvalstoffen kan worden gecoördineerd.
De regeringen geven inlichtingen aan de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort, over het beheer van de verenigingen van gemeenten voor gas- en elektriciteitsvoorziening.
Voor een verdere bespreking van de gemeenschappen en gewesten, zie de volgende artikelen:
Voor een verdere bespreking van de instellingen, zie volgende artikelen: