| Barbara Payton | ||||
|---|---|---|---|---|
Payton in 1953 | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Geboortenaam | Barbara Lee Redfield | |||
| Geboortedatum | 16 november 1927 | |||
| Geboorteplaats | Cloquet (Minnesota) | |||
| Overlijdensdatum | 8 mei 1967 | |||
| Overlijdensplaats | San Diego (Californië) | |||
| Land | ||||
| Werk | ||||
| Jaren actief | 1949–1963 | |||
| Beroep(en) | actrice | |||
| ||||
Barbara Payton (Cloquet, 16 november 1927 – San Diego, 8 mei 1967) was een Amerikaanse actrice die vooral bekend stond om haar turbulente sociale leven en haar strijd tegen alcoholmisbruik en drugsverslaving.
Payton werd geboren als Barbara Lee Redfield op 16 november 1927 in Cloquet (Minnesota) als dochter van de Noorse immigranten Mabel Todahl en Erwin Refield. In 1938 verhuisde het gezin naar Odessa in Texas. In november 1943 ging ze er op 16-jarige leeftijd met haar vriendje William Hodge vandoor om te trouwen. Het huwelijk werd niet veel later alweer ontbonden. Een paar maanden later stopte ze met de middelbare school zonder een diploma te behalen.

In 1944 ontmoette Payton haar tweede echtgenoot, de gedecoreerde gevechtspiloot John Payton. Het paar trouwde op 10 februari 1945 en verhuisde naar Los Angeles, waar John Payton zich inschreef aan de University of Southern California. Nog maar net getrouwd, voelde Payton zich rusteloos door haar leven als huisvrouw en begon een carrière als model en actrice. Het zou haar in 1950 haar huwelijk kosten en zes jaar later het hoederecht over hun zoontje.
In 1949 tekende ze een contract bij Universal. Ze speelde hoofdrollen in Hollywoodfilms en belichaamde het archetype van de blonde femme fatale in de Amerikaanse film noir. Ze werd vooral beroemd door haar rol in het misdaaddrama Kiss Tomorrow Goodbye (1950) naast James Cagney. Haar tegenspelers waren onder anderen Gregory Peck, Lloyd Bridges, Gary Cooper en Raymond Burr.
Naast haar eerste twee huwelijken en affaires met Howard Hughes, Bob Hope, Woody Strode, Guy Madison, George Raft, John Ireland, Steve Cochran en de Texaanse oliemagnaat Bob Neal, was Payton nog drie keer getrouwd.

Van 1951 tot 1952 was Payton getrouwd met acteur Franchot Tone, maar ze had ook een affaire met acteur Tom Neal. In 1951 haalde Payton de krantenkoppen toen Tone werd mishandeld door haar minnaar Neal. Tone liep zulke ernstige verwondingen op dat hij langdurig in het ziekenhuis moest verblijven en meerdere operaties moest ondergaan. Na dit schandaal werd Payton, wiens carrière tot dan toe goed verliep, door het grootste deel van Hollywood als persona non grata beschouwd. Ze speelde vervolgens alleen nog in B-films, en na haar laatste grote rol in de film Murder Is My Beat (1955) was haar carrière definitief voorbij.
In november 1955 trouwde ze met George Anthony Provas, maar ook dat huwelijk eindigde in een echtscheiding, in 1958.

Nadat haar acteercarrière in duigen was gevallen, werd ze werd verschillende keren gearresteerd voor het uitgeven van valse cheques, openbare dronkenschap, winkeldiefstal en prostitutie. Haar leven, dat sterk beïnvloed werd door alcohol en andere drugs, werd breed uitgesmeerd in de roddelpers en is zelfs na haar dood nog onderwerp van talloze publicaties. In 1963 publiceerde ze haar memoires, getiteld "I Am Not Ashamed".
In 1967 was Payton ziek en zocht ze haar toevlucht in San Diego om bij haar ouders te gaan wonen, weg van haar turbulente leven. Ze had twee jaar eerder haar vijfde echtgenoot Jess Rawley verlaten, met wie ze in 1962 was getrouwd. Op 8 mei 1967 overleed ze in het huis van haar ouders op 39-jarige leeftijd aan hart- en leverfalen.
| Jaar | Titel | Rol | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| 1949 | Silver Butte | Rita Landon | korte film |
| 1949 | Once More, My Darling | fotografe | (onvermeld) |
| 1949 | Trapped | Meg Dixon | |
| 1949 | The Pecos Pistol | Kay McCormick | korte film |
| 1950 | Kiss Tomorrow Goodbye | Holiday Carleton | |
| 1950 | Dallas | Flo | |
| 1951 | Only the Valiant | Cathy Eversham | |
| 1951 | Drums in the Deep South | Kathy Summers | |
| 1951 | Bride of the Gorilla | Dina Van Gelder | |
| 1953 | Four Sided Triangle | Lena / Helen | |
| 1953 | Run for the Hills | Jane Johnson | |
| 1953 | The Great Jesse James Raid | Kate | |
| 1953 | The Flanagan Boy | Lorna Vecchi | |
| 1955 | Murder Is My Beat | Eden Lane | |
| 1963 | 4 for Texas | stadsbewoonster | (onvermeld) |