

De Bassinia (Waals: Li Bassinia) is een laatmiddeleeuwse fontein op de Grote Markt van de Belgische stad Hoei. Ze geniet erfgoedbescherming sinds 1933 en is in 2009 tot uitzonderlijk onroerend erfgoed van het Waals gewest verklaard.
Volgens een inscriptie is de fontein gemaakt door de bronsgieters Henri le Pottier en Pierelo del Grevier, en geplaatst in 1406. Van een jaar later dateert een akte die de watertoevoer regelt vanuit een 1 km verderop gelegen put. Er moet een eerdere versie van de fontein hebben bestaan, want Jean d'Outremeuse († 1400) schreef al over een marktfontein met een metalen bassin, maar zijn datering in 1217 en zelfs eerder wordt weinig betrouwbaar geacht. Veeleer wordt een oprichting omstreeks 1350 voor mogelijk gehouden. Hoei streed in die periode met de prins-bisschop van Luik om haar autonomie te vrijwaren.
De fontein was een symbool van stedelijke macht en identiteit, zeker na het verdwijnen van het perroen in 1532. Toen Spaans-Luikse troepen Hoei in 1595 ontzetten en als straf de fontein wegvoerden, betaalden de inwoners forse sommen om haar terug te krijgen. Het is naar aanleiding hiervan dat de fontein in 1597 werd verfraaid met het figuurtje van de Cwèrneû op de centrale donjon: een torenwachter met een hoorn, als symbool van waakzaamheid.
In 1733 werd een smeedijzeren bekroning toegevoegd met de dubbelkoppige rijksadelaar van het Heilige Roomse Rijk, waartoe Hoei behoorde.
In 1881 werd het stenen bekken vernieuwd.
Van 2009 tot 2019 is de fontein gedemonteerd voor onderzoek en restauratie in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium.
De kern van de Bassiniafontein is het metalen bassin en ornament uit diverse koperlegeringen. Het ornament bestaat uit een schaal van 70 cm doorsnede, waaraan vier gekanteelde torens met poorten zijn vastgemaakt. Aan die torens zijn vier spuitmonden bevestigd in de vorm van slangenkoppen. Het water valt in een bronzen bassin van 226 cm doorsnede en loopt via vier mascarons in de vorm van leeuwenkoppen verder naar vier stenen opvangbekkens. Deze hebben op hun beurt vier leeuwenmascarons, waarlangs het water in afvoerroosters verdwijnt.
Tussen de torens zijn vier beeldjes gemonteerd:
Op de centrale donjon staat ten slotte de Cwèrneû (coirneu), d.w.z. de persoon die op de belforttoren de wacht hield en die alarm kon slaan met zijn hoorn. Hij wordt "Guillaume" genoemd in het oprichtingsdocument uit 1597.
De smeedijzeren bekroning met de dubbelkoppige rijksadelaar is werk in rococostijl van Gabriel Levasseur.
Het water voor de fontein wordt aangevoerd langs een loden leiding die loopt naar een waterput 1 km verderop in de Quartier Sainte-Catherine.
Dankzij verschillende inscripties zijn we geïnformeerd over de makers van de fontein en over de lokale bestuurders die het bassin vernieuwden in 1735, 1846 en 1881.