

Bekeringsdrang of proselitisme is het streven om een individu of hele groep mensen te bekeren tot je eigen overtuiging. Het begrip wordt meestal in verband gebracht met religie, en was in het verleden vaak een groepsgebeuren: als een dorpshoofd of stamhoofd door de bekeerder werd overtuigd, volgde vervolgens de hele gemeenschap.
Het woord is afgeleid van het Griekse voorvoegsel pros (naar, in de richting van) en het werkwoord erchomai (ik kom). Een proseliet is dus "iemand die erbij is gekomen", ofwel een 'bekeerling'. Het woord 'proseliet' wordt voor het eerst gebruikt in joodse teksten uit de periode van de tweede tempel.[bron?] Later zagen joden echter af van het proselitisme, bekering tot het jodendom wordt zelfs niet gemakkelijk door de joodse gemeenschap geaccepteerd. Ook in het Nieuwe Testament vindt men proselitisme. Hier betekent het woord proseliet een jodengenoot, een man van niet-Joodse afkomst die zich had bekeerd tot het jodendom en daarom ook de besnijdenis had ondergaan. Daarnaast waren er ook niet-Joden die enkel vanwege het monotheïsme en de moraal sympathiseerden met het joodse geloof, maar niet zover gingen dat ze de besnijdenis ondergingen. Zij heetten vereerders van God of godvrezenden. In de islamitische wereld wordt het proseliteren van de islam aangeduid met de term dawa, wat letterlijk 'oproep' (tot de islam) betekent.
Had het woord 'proselitisme' dus oorspronkelijk een vrij neutrale betekenis, vergelijkbaar met hoe sommigen de term evangelisatie of apostolaat ervaren, in de moderne tijd heeft het steeds meer een negatieve betekenis gekregen. De volgende vier pejoratieve betekenissen zijn vaak te vinden: