| Belodon Status: Uitgestorven, als fossiel bekend Fossiel voorkomen: Laat-Trias | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||
| Belodon Von Meyer, 1844 | ||||||||||||||||
| Typesoort | ||||||||||||||||
| Belodon plieningeri | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Belodon is een geslacht van uitgestorven reptielen, dat leefde in het Laat-Trias. Het geslacht behoort vermoedelijk tot de Phytosauria maar door de gebrekkige resten is de identiteit onzeker.
In 1844 benoemde Christian Erich Hermann von Meyer het geslacht Belodon. De naam betekent "pijltand". De typesoort is Belodon plieningeri. De soortaanduiding eert de natuurkundeleraar Theodor Plieninger.

De soort is gebaseerd op een aantal losse tanden gevonden in de Knollenmergel bij Aixheim. Deze syntypen kregen, hoewel ondergebracht bij het Staatliches Museum für Naturkunde Stuttgart grotendeels nooit een uniek inventarisnummer. Omdat niet eenduidig vastgesteld kan worden waarnaar de naam eigenlijk verwijst wordt het taxon tegenwoordig beschouwd als een nomen dubium.
Allerlei fossielen werden ooit bij het geslacht ondergebracht waaronder resten van Plateosaurus; dat zou tot veel verwarring leiden en het misverstand dat basale Sauropodomorpha vleeseters waren.
Daarnaast werden er veel phytosauriërs als belodonsoorten benoemd waaronder Belodon buceros (Cope, 1881), Belodon lepturus (Cope, 1870), Belodon validus (Marsh, 1893), Belodon scolopax (Cope 1881) en Belodon ingens (Fraas, 1896). Dat zijn grotendeels andere geslachten geworden.
Het lichaam van Belodon vertoonde uiterlijke kenmerken met dat van de huidige krokodillen met hun korte poten, versierde schedeloppervlak en harde huidpantser. Het enkelgewricht en de plaatachtige elementen van de bekkengordel wijzen echter meer op primitieve kenmerken. Een ander kenmerk vormden de boven op de kop staande neusgaten, die voor de oogkassen lagen. Bij de hedendaagse krokodillen liggen deze neusgaten op de punt van de snuit.
Dit drie meter lange reptiel voedde zich met tal van reptielen.
Fossielen van dit dier werden gevonden in Europa.
Literatuur
Noten