Diastylis bradyi, een zeekomma, valt onder de macrobenthos en de endobenthos.
Benthos is, in de biologie, een verzamelnaam voor alle organismen die leven op, of rondom de bodem van zoete en zoute wateren, de zogeheten bentische zone. 98% van deze organismen op aarde leeft in zout water, en vormt daarmee een studieobject van de mariene biologie. Hun leefgebied strekt zich uit van getijdenpoelen langs de kust, tot de abyssale zone in de dieptes van de oceanen. Dierlijk benthos heet zoöbenthos en de plantaardige versie wordt fytobenthos genoemd.
Benthos omvat zowel levensvormen die vastzitten aan de bodem, of aan andere vastzittende organismen (sessiel benthos), als organismen die zich kruipend of lopend over de bodem bewegen (vagiel benthos).
Benthos heeft zich aangepast aan het leven in zones met een hoge druk, zoals de abyssale zone, en kan niet leven in hogere delen van de waterkolom, met een lagere waterdruk. Het meeste zonlicht is geabsorbeerd voordat het de bodem onderaan de waterkolom bereikt, wat fotosynthese daar uitsluit.
Benthos voedt zich voornamelijk met organisch materiaal dat naar beneden valt, zogeheten zeesneeuw. Dit dode en verteerde materiaal voedt het benthische voedselweb. De meeste heterotrofe diepzeeorganismen zijn daarom verzamelaars en reducenten.
Een overzicht van de positie van benthos in verhouding met neuston (organismes die aan de oppervlakte van de waterkolom leven), plankton (organismes die met de stroming meedrijven) en nekton (organismes die tegen de stroming in kunnen zwemmen).
Categorieën
Benthos kan worden onderscheiden naar grootte:
macrobenthos: organismen die met het blote oog te zien zijn. Ze hebben een grootte van ongeveer 1 mm of meer. Voorbeelden van groepen organismen binnen de macrobenthos zijn kreeftachtigen, tweekleppigen, zakpijpen, stekelhuidigen en trilhaarwormen.
meiobenthos: organismen die net niet met het blote oog te zien zijn, tussen de 1 mm en 0,1 mm groot. Hier vallen kleine kreeftachtigen, zoals eenoogkreeftjes onder, maar ook rondwormen en beerdiertjes.
Endobenthos: in de zeebodem (onder andere tweekleppigen)
Epibenthos: op de zeebodem (onder andere zee-egels)
Hyperbenthos: net boven de zeebodem (onder andere aasgarnalen)
Indeling naar gehanteerde voedingsstrategie. Individuele organismes kunnen echter meerdere strategieën gebruiken, afhankelijk van het voedselaanbod:
verzamelaars: foerageren de bodem voor dode organismes, detritus en ander organisch materiaal
grazers: hebben raspachtige mondvormen die algen en biofilm van rotsen en vegetatie af kunnen schrapen.
shredder: bewegen zich voort over de bodem en scheuren bladeren af en versnipperen ze. Sommige larven maken zelfs omhulsels van de stukjes bladeren om in te leven.
filter-voeder: zwemmen door de waterkolom of zitten vast op de bodem. Ze filteren het water dat langs stroomt voor eetbaar organisch materiaal. Dit zijn vaak kleine stukjes vegetatie die zijn losgescheurd door shredders, of stukjes biofilm die zijn losgemaakt door grazers.
roofdier: waterorganismes die zich voeden met andere heterotrofe organismes, zoals waterinsecten, kikkervisjes en soms zelfs kleine vissen.
Etymologie
Benthos (bijvoeglijk naamwoord: 'benthisch') komt van het oud-Griekse woord βένθος (bénthos), letterlijk vertaald 'de dieptes (van de oceaan)'. De naam is bedacht door Ernst Haeckel in 1891.