| Beobachterabzeichen | ||||
|---|---|---|---|---|
Beobachterabzeichen | ||||
| Uitgereikt door | ||||
| Type | Steckkreuz | |||
| Bestemd voor | Luftwaffepersoneel na twee maanden kwalificerende dienst en vijf operationele vluchten. | |||
| Status | In onbruik geraakt | |||
| Beschrijving | Zie het versiersel | |||
| Statistieken | ||||
| Instelling | 19 januari 1935, andere bronnen vermelden: 26 maart 1936 | |||
| Laatst uitgereikt | 2 mei 1944 | |||
| Totaal uitgereikt | Onbekend | |||
| Volgorde | ||||
| Gelijkwaardig | Gemeinsame Flugzeugführer- und Beobachterabzeichen, Segelflugzeugführerabzeichen, Flugzeugführerabzeichen | |||
| ||||
Het Beobachterabzeichen (Nederlands: Waarnemersinsgine) werd op 19 januari 1935 door de opperbevelhebber van de Luftwaffe en General der Flieger Hermann Göring ingesteld.
Het hoogovaalvormige versiersel toont in het midden de naar rechts vliegende Luftwaffe-adelaar met een hakenkruis in zijn klauwen. Het is omsloten door een krans die aan de linkerkant uit laurierbladeren en aan de rechterkant uit eikenbladeren bestaat. De afmetingen van de krans waren: 53 mm hoog en 42 mm breed. De afmetingen van de Luftwaffe adelaar: 53 mm spanwijdte en hoogte inclusief hakenkruis 42 mm.
Het insigne werd gemaakt van tombak (een koper-zinklegering die op goud lijkt) (later fijn zink). Het werd gemaakt door C.E. Juncker, P. Meybauer en verschillende anderen.
Het versiersel werd gepresenteerd in een donkerblauwe cassette met een blauwe satijnen voering aan de bovenkant en een blauwe fluwelen voering aan de onderkant aan de binnenzijde. Een oorkonde met de facsimile van het versiersel bovenaan de oorkonde, ondertekend door de bevelvoerend officier of de verantwoordelijke officier voor onderscheidingen.
Het Luftwaffe-personeel dat voor in aanmerking voor het insigne na het voltooien van twee maanden kwalificerende dienst en vijf operationele vluchten in de rol van waarnemer, navigator of bommenrichter. Het insigne kon ook worden toegekend nadat een lid van de Luftwaffe gewond raakte terwijl hij optrad als waarnemer tijdens een kwalificerende vlucht.
Het Luftwaffe-personeel dat reeds het Flugzeugführerabzeichen en het Beobachterabzeichen had ontvangen, kon zich kwalificeren voor het Gemeinsame Flugzeugführer- und Beobachterabzeichen.
Het waarnemersinsigne kon worden uitgereikt aan actieve militairen, reservepersoneel, ambtenaren en leden van het ingenieurskorps, indien zij waren opgeleid als waarnemer of hulpwaarnemer.
De onderscheiding werd als Steckabzeichen op de linkerborstzak gedragen, net onder het IJzeren Kruis 1939, 1e Klasse of een daaraan gelijkwaardige militaire onderscheiding. De stoffen variant van het insigne werd ook toegestaan op het flying suit.
De geallieerde mogendheden hebben na de bezetting van Duitsland het dragen van alle Duitse orden en onderscheidingen verboden, dus ook die uit het Duitse Keizerrijk van vóór 1918. Dat verbod is in de DDR altijd van kracht gebleven. Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit waarin het dragen van onderscheidingen met daarop hakenkruizen of de runen van de SS werd verboden. Het dragen van dit insigne werd net als het dragen van de Orde van Verdienste van de Duitse Adelaar en het Ereteken voor de 9e November 1923, de zogenaamde "Bloedorde", streng verboden. Ook het verzamelen, tentoonstellen en afbeelden van de onderscheiding werd aan strenge regels gebonden. Een aantal onderscheidingen werd ontdaan van de hakenkruizen en soms van hakenkruis en adelaar. In deze gedenazificeerde uitvoering mochten de onderscheidingen worden gedragen.