
Berlinerbollen, Berlijnse bollen, Berliner bollen of Boules de Berlin (vooral in Vlaanderen gangbaar) zijn ronde lekkernijen die van gefrituurd gistdeeg gemaakt zijn en met banketbakkersroom of confituur worden gevuld. Ook veel Duitsers kennen het gebak als Berliner, behalve in Saksen en in Berlijn zelf, waar ze Pfannkuchen (letterlijk: "pannenkoeken") worden genoemd en in Zuid-Duitsland, waar ze Krapfen heten. Deze laatste naam wordt ook in Oostenrijk en Italië gebruikt. De Joodse keuken kent soefganiot, die sterk op Berlinerbollen lijken. Zij worden speciaal met Chanoeka gegeten omdat ze in olie bereid worden, als herinnering aan het wonder van de olie.
De versie met banketbakkersroom komt vanaf eind negentiende eeuw en begin twintigste eeuw voor in België, Frankrijk en Nederland. In bepaalde delen van België wordt deze versie de Boules de l'Yser (Bollen van de IJzer) genoemd, naar de rivier de IJzer waarachter het Belgische leger zich teruggetrokken had. Deze benaming werd echter niet geïntroduceerd tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar in de jaren 1950 of 1960. Een Brusselaar Rodolphe Dies startte in 1905 met de verkoop van beide versies aan de Belgische Kust, wat later verdergezet werd door andere verkopers.
In Nederland worden Berlinerbollen tijdens de maanden rond de jaarwisselingen vaak in oliebollenkramen bereid en verkocht.
De meeste varianten worden gemaakt van bloem, lauw water, gist, melk, suiker, eieren, boter en zout. Deze ingrediënten worden gemengd en gekneed, waarna het deeg een halfuurtje moet rijzen. Hiervan worden bolletjes gemaakt die tien minuten worden gebakken in olie van 160°C. De vulling wordt soms voor het bakken ingebracht maar meestal pas erna. Op de bol komt poedersuiker met soms wat kaneel.