
Biotechnologie of biotech is het gebruik van levende cellen of biologische processen voor de ontwikkeling en productie van nuttige stoffen, technieken en toepassingen. In brede zin is biotechnologie zeer oud: de mens maakt al duizenden jaren gebruik van micro-organismen bij bijvoorbeeld de bereiding van brood, bier en gefermenteerde voedingsmiddelen. De moderne biotechnologie ontstond voornamelijk in de 20e eeuw, toen kennis van cellen, enzymen en DNA het mogelijk maakte om biologische processen steeds gerichter te beïnvloeden.
Een belangrijk onderdeel van de moderne biotechnologie is gebaseerd op het manipuleren van genetisch materiaal. Met technieken uit de genetische technologie, zoals CRISPR/Cas, PCR en sequencing, kunnen organismen nieuwe eigenschappen krijgen of worden ingezet voor de productie van waardevolle moleculen.
De verkregen kennis wordt toegepast in uiteenlopende sectoren. In de medische wereld wordt biotechnologie gebruikt voor de productie van geneesmiddelen en vaccins (bijvoorbeeld mRNA-vaccins), verbeterde diagnostiek, gentherapie en stamceltechnologie. In de landbouw wordt het onder andere toegepast bij de ontwikkeling van nieuwe gewassen met gewenste eigenschappen. Industriële biotechnologie maakt gebruik van micro-organismen om betere enzymen, chemicaliën, voedingsmiddelen en biobrandstoffen te maken.

Biotechnologie is een sterk interdisciplinair vakgebied waarin fundamentele natuurwetenschappen en toegepaste technologie samenkomen. Het bouwt voort op kennis uit onder meer de microbiologie, genetica, celbiologie en biochemie, en maakt gebruik van methoden uit de scheikunde, procestechnologie (opschalen) en bio-informatica (data-analyse en AI).
Kenmerkend voor biotechnologie is de nadruk op praktische toepassingen van biologische kennis. Het onderzoeksveld is daarmee per definitie 'translationeel': het is erop gericht om ontdekkingen uit het laboratorium te vertalen naar een concreet product, variërend van een therapeutisch middel tot een biologisch afbreekbaar plastic. Met behulp van genetische modificatie zoals CRISPR/Cas kunnen onderzoekers bijvoorbeeld genen aanpassen, biologische functies combineren of micro-organismen ontwikkelen met gewenste eigenschappen. Door integratie met AI kan de ontwikkeltijd van bepaalde toepassingen (zoals eiwit-engineering) enorm worden versneld.
In 2023 werd de omvang van de wereldwijde biotechnologiemarkt geschat op circa 1,55 biljoen dollar. Biotechnologische toepassingen spelen een belangrijke rol in de verduurzaming van onder meer de landbouw, voedselproductie en industrie. Zo kunnen genetisch verbeterde gewassen, alternatieve eiwitten en biogebaseerde productieprocessen het gebruik van grondstoffen en de uitstoot van broeikasgassen verminderen. In de Europese Unie is biotechnologie onderworpen aan uitgebreide regelgeving; de wetgeving wordt continu herzien om de ontwikkeling en markttoegang van nieuwe biotechnologische toepassingen te bevorderen.
Een belangrijk onderdeel van de biotechnologie betreft het onderzoek naar processen om micro-organismen stoffen om te laten zetten, ten behoeve van de voedingsindustrie en afvalwaterzuiveringsinstallaties. Er wordt daarnaast geëxperimenteerd met de kweek van algen om als menselijk voedsel te dienen. Ander biotechnologisch onderzoek betreft de productie van eiwitten, peptiden en vaccins. In eencellige organismen als gisten, bacteriën, en in losse dierlijke cellen, wordt in fermentoren het eiwit geproduceerd, en vervolgens als zuivere stof geïsoleerd. Voorbeelden van op deze manier verkregen eiwitten zijn recombinante insuline (die voorheen werd verkregen uit organen van varkens), en Factor VIII, een stollingsfactor die wordt gemist door hemofiliepatiënten (traditioneel gewonnen uit bloedplasma van donoren).
De voedselbereiding maakt veel gebruik van biotechnologie. Zo wordt bier gebrouwen doordat gisten de aanwezige suikers omzetten in smaakgevende en conserverende alcohol. Yoghurt wordt gemaakt door de melkzuurbacterie toe te voegen aan melk, brie is bedekt met schimmels. Dit zijn traditionele biotechnologische processen.
De moderne biotechnologie heeft zijn intrede gedaan in de voedselbereiding. Over dit onderwerp werd in Nederland in 2001 een breed maatschappelijk debat 'Eten en genen' georganiseerd (commissie-Terlouw).
Verder vindt er biotechnologisch onderzoek plaats naar andere aspecten van menselijke voeding, bijvoorbeeld de rol die het symbiotische microbioom speelt tijdens de spijsvertering in de darmen: de zogenaamde darmflora.
Bij fruitvliegen, en inmiddels ook bij steeds complexere organismen, wordt onderzocht welke genen verantwoordelijk zijn voor de opeenvolgende stappen in de ontwikkeling. Bijvoorbeeld de plaats en de vorm van de ledematen. Door analogie kan dit onderzoek leiden tot inzicht in de ontwikkeling bij mensen.
De genen van de muis, en in het algemeen van alle zoogdieren, lijken sterk op die van de mens. Door onderzoek bij muizen met misvormde genen of zogenaamde knock-outs (muizenrassen waarbij selectief een gen of groep genen is uitgeschakeld), wordt onderzocht welk gen waarvoor verantwoordelijk is.
De tilapia is een vissoort die veel gegeten wordt in de tropen. Met behulp van genetische modificatie worden tilapia's gekweekt die driemaal zo zwaar kunnen worden als een wild exemplaar. Ook zijn er reeds zalmen gekweekt met genetische manipulatie, die daardoor aanzienlijk sneller groeien dan wilde zalmen, en die ook in koud water doorgroeien. De FDA zal waarschijnlijk op korte termijn toestemming geven om deze zalm in productie te nemen. Het gaat om triploïde, steriele vrouwtjes.
Met traditionele kweekmethodes zijn ook reeds indrukwekkende resultaten behaald. De in Nederland voor het vlees gekweekte kippen bijvoorbeeld bereiken in 38 dagen hun slachtgewicht, waar hun wilde voorouders daar vele maanden over zouden doen. Door de juiste genen te kennen zou men door te kweken steeds grotere of kleinere dieren kunnen kweken.
Naast het doel van extra voedselopbrengst is er ook een mogelijkheid van nieuwe huisdieren.
De genetica maakt het mogelijk om menselijke organen op dieren te kweken, die vervolgens via xenotransplantatie ingeplant kunnen worden bij de mens. Een probleem na de transplantatie, is het risico op afstoting van het orgaan door de activiteit van antistoffen. Door het uitzetten van het gen dat de antistof alfa-Gal aanmaakt, kon een baviaan zes maanden lang leven met een varkenshart. Dit werd geprobeerd door het verwijderen van het gal-gen bij varkens. In Virginia zijn varkens geboren zonder dat gen, na kunstmatige bevruchting met een aangepast gen.
Er stellen zich bij het gebruik van dierlijke organen echter nog andere problemen. De retrovirussen van varkens kunnen zich kruisen met menselijke retrovirussen, waarvoor de mens niet immuun is.
In Schotland heeft men bij schapen een menselijk gen ingebracht. Longemfyseem heeft soms als oorzaak dat het lichaam een bepaalde proteïne niet aanmaakt. De melk van de genetisch aangepaste schapen bevat dit eiwit, dat als geneesmiddel kan dienen. Ook het hormoon insuline, dat bepaalde diabetespatiënten niet aanmaken, wordt tegenwoordig door genetisch gemodificeerde micro-organismen geproduceerd. Vroeger werd insuline gewonnen uit alvleesklieren van runderen en varkens. Menselijke insuline heeft bij mensen voordelen omdat er veel minder kans op immunologische reacties is.

Sommige ziekten worden veroorzaakt door één enkel, kapot gen. Inbrengen van het correcte gen in een speciale groep cellen (bijvoorbeeld in het beenmerg) zou in de toekomst tot genezing van zulke ziektes kunnen leiden. (zie gentherapie)
Gewassen kunnen worden aangepast met genetische technologie zodat:
Sinds 2004 is het mogelijk om in de Europese Unie genetisch gemodificeerde rassen te verbouwen. In Nederland wordt door het bedrijfsleven aan een overeenkomst gewerkt, waarbij o.a. afstanden tussen velden met ggo-rassen en velden met traditionele rassen en bufferzones worden vastgesteld. Ook zal er een waarborgfonds voor schadegevallen worden ingesteld.[bron?] Met name de biologische landbouw is bevreesd voor besmetting met materiaal van ggo's.
Voorstanders van genetische modificatie stellen dat de technologie niet schadelijk is, en dat het gebruik ervan noodzakelijk is om de voedselproductie net zo hard te laten groeien als de wereldbevolking. Anderen stellen echter dat de voedselproblematiek meer te maken heeft met distributie dan met productie, en dat de bevolkingsgroei een direct gevolg is van de ongelijke distributie van voedsel (en welvaart).
Tegenstanders stellen dat genetische modificaties tot onvoorziene consequenties kunnen leiden, zowel bij de gemodificeerde organismen als in hun omgeving. Er zijn bijvoorbeeld maïszaden ontwikkeld die giftig zijn voor plantenetende insecten (bt corn) die aan kruisbestuiving hebben gedaan met andere varianten van wilde en gedomesticeerde maïs en zo de relevante genen op onbedoelde wijze verspreid hebben.
Anti-gentech groepen zien in het vrijlaten van genetische gemodificeerde organismen het openen van een doos van Pandora, die uiteindelijk kan leiden tot de ineenstorting van de moderne landbouw, en dus tot een afname in plaats van een toename van de voedselproductie. Er is geen manier om zeker te stellen dat de genetische gemodificeerde organismen onder controle blijven; het gebruik van deze technologie buiten veilige laboratoria brengt ernstige risico's met zich mee voor de toekomst.
Tegen het toepassen van cisgenese bestaat minder weerstand dan tegen transgenese.
Bedrijven, zoals Monsanto, die onderzoek naar genetische modificatie doen, nemen patenten op de door hen geproduceerde rassen. Boeren wordt ook het recht ontnomen om eigengewonnen zaaizaad, zonder een vergoeding hiervoor aan de kweekbedrijven te betalen, te gebruiken. De gekweekte resistentie tegen bestrijdingsmiddelen geldt met name voor bestrijdingsmiddelen (zoals Roundup) van diezelfde veredelingsbedrijven. Zo kunnen boeren steeds afhankelijker worden van deze grote multinationale bedrijven.
Veel opponenten van de genetische modificaties geloven dat het toenemende gebruik van gentech heeft geleid tot de grootste machtsverschuiving in de landbouw ooit. Biotech bedrijven krijgen steeds meer controle over de voedselproductieketen en over boeren die gentech producten gebruiken.
Veel voorstanders van de huidige gentechnieken geloven dat deze leiden tot hogere opbrengsten en winsten voor boeren, met name in derdewereldlanden.
In Venezuela is het gebruik van genetisch gemodificeerde zaden verboden sinds april 2004.
De Nederlandse regering heeft in december 2004 de Nederlandse verkoop verboden van een genetisch gemodificeerd visje, dat oplicht onder uv-bestraling. Deze eigenschap was het gevolg van een ingebracht, gemodificeerd gen. Er waren echter geen aanwijzingen dat het visje hieronder leed.
Om wetenschappers aan te sporen zorgvuldig en gewetensvol te werken en de ethische discussie aan te gaan, is er een adviserende beroepscode opgesteld door de Nederlandse Biotechnologische Vereniging. Op basis van deze beroepscode kan een wetenschapper weigeren bepaalde experimenten uit te voeren. Er zijn vertrouwenspersonen beschikbaar die de legitimiteit van de bezwaren kunnen toetsen.
In Nederland houdt het Wageningen Food Safety Research (WFSR) zich bezig met de veiligheid van de voedingsmiddelen die op de Nederlandse markt verkocht worden. Ook genetisch gewijzigde voedingsmiddelen ondergaan deze controle.
De TU Delft heeft een afdeling biotechnologie die onder de faculteit Technische Natuurwetenschappen valt. Binnen het Wageningen Universiteit en Researchcentrum doet het onderzoeksinstituut Plant Research International (PRI) onderzoek naar de mogelijkheden om planten te gebruiken bij oplossingen voor voedsel-, grondstoffen- en energievraagstukken. Een onderzoeksprogramma van PRI naar genomica, Genomica geheten, is gespecialiseerd in de analyse van DNA. Ook de afdeling Biobased Commodity Chemistry dat onderzoek doet naar bioraffinage. De organisatie die in Nederland een belangrijke rol heeft bij de beoordeling van veiligheid, COGEM, is meermalen in opspraak geraakt wegens mogelijke belangenverstrengeling en tekort aan tijd en menskracht bij het maken van beoordelingen.[bron?] De Vlaamse universiteiten centraliseren hun onderzoek in het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie (VIB).