| Blue Mitchell | ||||
|---|---|---|---|---|
Nachtconcert van het Horace Silver quintet in het concertgebouw te Amsterdam, v.l.n.r. Calvin Taylor (bas), Louis Hayes (drummer) en Blue Mitchell (trompet), 21 februari 1959 | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Richard Allen Mitchell | |||
| Geboortedatum | 13 maart 1930 | |||
| Geboorteplaats | Miami | |||
| Overlijdensdatum | 21 mei 1979 | |||
| Overlijdensplaats | Los Angeles | |||
| Land | ||||
| Opleiding en werk | ||||
| Beroep(en) | muzikant | |||
| Genre(s) | jazz | |||
| Instrument(en) | trompet | |||
| Label(s) | Blue Note, Riverside Records | |||
| ||||
Blue Mitchell, geboren als Richard Allen Mitchell (Miami, 13 maart 1930 – Los Angeles, 21 mei 1979), was een Amerikaanse jazztrompettist.
Aan het begin van zijn muziekcarrière werkte Blue Mitchell in 1951 bij Paul Williams en in 1952 als zelfstandig muzikant in New York. Daarna was hij tot 1956 op tournee met Earl Bostic en vanaf eind 1958 was hij lid van het kwintet van Horace Silver. Met Curtis Fuller, Johnny Griffin, Wynton Kelly, Wilbur Ware en Philly Joe Jones nam hij in 1958 zijn eerste album Big 6 op onder zijn eigen naam voor Riverside Records. In 1961 werkte hij mee aan het album Homecoming! van Elmo Hope. In 1964 formeerde hij met muzikanten uit de band van Horace Silver een eigen combo, waartoe ook Chick Corea behoorde en dat hij leidde tot 1968. In 1969 werd hij lid van het orkest van Ray Charles, van 1971 tot 1973 werkte hij bij John Mayall en was hij vervolgens werkzaam als studiomuzikant in Los Angeles.
Zijn door Clifford Brown en Kenny Dorham beïnvloedde spelwijze is te horen op platen met Julian Cannonball Adderley, Lou Donaldson, Johnny Griffin, Philly Joe Jones, Sam Jones, Red Mitchell, Whitey Mitchell, Horace Silver, Bobby Timmons en op zijn eigen platen.
Blue Mitchel overleed in mei 1979 op 49-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.