| Bob van der Meer | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 18 april 1942 | |
| Geboorteplaats | Amsterdam | |
| Overlijdensdatum | 15 januari 2018 | |
| Overlijdensplaats | Rosmalen | |
| Nationaliteit | Nederlands | |
| Beroep | Psycholoog, onderwijskundige | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied | Onderwijspsychologie | |
| Bekend van | Vijfsporenaanpak tegen pesten | |
Bob van der Meer (Amsterdam, 18 april 1942 – Rosmalen, 15 januari 2018) was een Nederlands psycholoog en onderwijskundige die zich bezighield met pesten op school en op het werk. Hij ontwikkelde de vijfsporenaanpak, die de verschillende betrokken partijen bij pestgedrag betrekt.
Van der Meer werkte aanvankelijk als leraar lichamelijke opvoeding aan een huishoudschool in Amsterdam-West. Nadat hij daar met pesten werd geconfronteerd, studeerde hij naast zijn werk onderwijspsychologie.
Van 1982 tot en met 1995 was hij onderwijskundig medewerker bij het Katholiek Pedagogisch Centrum (KPC). Hij leidde er het project leerlingbegeleiding in het lager beroepsonderwijs en gaf cursussen over kindermishandeling en seksueel misbruik. Van 1995 tot en met 2002 werkte hij bij het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS).
In 1988 verscheen zijn boek De zondebok in de klas. Onderwijsonderzoekers Ton Mooij en Geert de Vries schreven in 1993 dat het boek had bijgedragen aan het bespreekbaar maken van pesten in het Nederlandse onderwijs en aan de aandacht ervoor in de media.
Van der Meer hield zich ook bezig met pesten op de werkvloer. Voor het multimediale pakket Pesten op het werk ontving hij in 2001 in Berlijn een Comenius Förderpreis. Hij werkte daarnaast mee aan radio- en televisie-uitzendingen over pesten en geweld, waaronder Kruispunt en Dokument.
Van der Meer beschouwde pesten als een groepsprobleem. In zijn vijfsporenaanpak, waarvoor hij in 1990 een schema ontwikkelde, onderscheidde hij vijf betrokken partijen. De aanpak omvat hulp aan de gepeste leerling en de pester, het betrekken van de overige leerlingen en het informeren en toerusten van leerkrachten en ouders.
| Betrokken partij | Aandacht binnen de aanpak |
|---|---|
| Gepeste leerling | Professionele hulp aan het slachtoffer |
| Pester | Hulp bij het veranderen van het pestgedrag |
| Overige leerlingen | Mobiliseren van de zwijgende middengroep |
| Leerkrachten | Kennis, betrokkenheid en optreden tegen pestgedrag |
| Ouders | Informatie en ondersteuning bij de aanpak |
De indeling is gebaseerd op Van der Meers beschrijving van de vijfsporenaanpak.
Volgens Van der Meer moest een aanpak alle betrokken partijen inschakelen en bestaan uit signalering, analyse, uitvoering van een plan en evaluatie. Hij benadrukte daarbij de noodzaak van een blijvende verandering van houding tegenover pesten.
In 2014 sprak Van der Meer zich bij Nieuwsuur uit tegen het verplicht opleggen van antipestprogramma's aan scholen. Volgens hem konden scholen beter zelf een samenhangend plan opstellen en werken aan een verandering van houding binnen de school.
Datzelfde jaar bekritiseerde hij het gebruik van verborgen camera's door gepeste leerlingen in het televisieprogramma Project P: Stop het pesten. Hij vond dat deze werkwijze het groepsprobleem achter pesten niet oploste en de veiligheid op school kon aantasten.
Over cyberpesten verklaarde hij in 2017 dat angst voor pesters jongeren ervan kon weerhouden om melding te doen. Hij pleitte ervoor leerlingen aan het begin van het schooljaar te informeren over online gedragingen die strafbaar kunnen zijn, zoals belediging en laster.
| Jaar | Titel |
|---|---|
| 1988 | De zondebok in de klas |
| 1991 | Pesten op school: wat ouders kunnen doen |
| 1997 | Pesten op school: lessuggesties voor leerkrachten |
| 1997 | Pesten op het werk |
| 2000 | School en geweld: oorzaken en aanpak |