Bremser was een geslacht van Zuid-Nederlandse orgelbouwers, werkzaam in de 17de eeuw. Het betreft Jan Bremser en zijn drie zonen Dismas, Blasius en Daniël.
Jan Bremser, vermoedelijk van Duitse afkomst, werd geboren rond 1610 en overleed te Mechelen op 30 augustus 1669. Hij werkte samen met zijn Duitse collega Hans Goltfuss bij de Graafs-Keulse orgelmakerij Florent Hocque. Ze emigreerden naar de lage landen rond 1634 via 's Hertogenbosch. Daar herstelden ze het orgel van de Sint-Janskerk in 's Hertogenbosch (1634). Beiden werken ook aan de opbouw van het orgel van Asse (1637-1639) en het orgel in Longueville. Later zou Bremser in zijn orgels een eigen stijl introduceren en verliet hij die van Goltfuss, zowel wat de dispositie als de architectuur van het meubel betreft. Vanaf 1635 werden zijn orgels gemaakt voor kerken in Mechelen en het Waasland.
Bremser-orgelkasten, die onderling een bijzonder grote diversiteit vertonen, behoren tot de beste uit de 17e eeuw in Brabant. Zijn stijl evolueerde naar hoogbarok.
Dismas (1643–1676), Blasius (Mechelen, 16 december 1646 – 26 augustus 1679) en Daniël Bremser werken samen met hun vader, maar na diens dood was het Blasius die het atelier verderzette. Hij leverde nog drie orgels af in Antwerpen en van eigen hand is er één te vinden te Philippeville, in het nonnenconvent van de Sœurs de Notre-Dame. Na zijn dood zette zijn vrouw een tijdlang het bedrijf voort tot de meestergezel, een buitenlander (waarschijnlijk Paulus Munick) de zaak overnam in 1679.