Broekspijp

Broekspijp

Een broekspijp of pijp is een stoffen, cilindervormig onderdeel van een broek waarin een been past. Terwijl een rok van het middel naar beneden hangt, bestaat een broek onder het kruis uit twee afzonderlijke pijpen voor de benen.

Broekspijpen kunnen variëren in lengte. Broeken met korte pijpen worden korte broeken of shorts genoemd. Sommige onderbroeken, zoals slips, hebben geen broekspijpen. Ook kan de vorm van de broekspijp verschillen. Zo kunnen de pijpen nauw, recht of wijd uitlopen. Welke vormen gangbaar zijn, wordt veelal beïnvloed door de heersende modetrends.

De onderzijde van een broekspijp is vaak afgewerkt met een zoom. Dat kan met of zonder een omslag. Bij een omslag wordt het uiteinde van de broekspijp naar buiten gevouwen en vastgezet met stiksel. Een broekspijp kan ook tijdelijk worden opgerold door de drager.

In verschillende andere talen dan het Nederlands, zoals het Frans en Engels, worden broekspijpen metonymisch 'benen' (jambes, legs) genoemd.

Etymologie

Het woord pijp verwijst naar een cilindrisch, langwerpig en hol object waar iets doorheen gaat. Bij een broek betreft dit het onderdeel waar de been doorheen gaat. In de 16de eeuw gebruikte men in Nederland het woord hoos ter verwijzing naar dit broekonderdeel. Het natuurfenomeen van een windhoos is vernoemd naar een hoos; de vorm van een wervelwind werd vergeleken met die van een broekspijp. Het Duitse woord Hose (broek) is eraan verwant. In sommige dialecten betekent hoos nog steeds een kous of broek.

Vormen

Verschillende broekspijpvormen:

Zoek broekspijp op in het WikiWoordenboek.